Swipe to the left

Een strafrechtelijke oplossing voor een dopingprobleem

Print
Een strafrechtelijke oplossing voor een dopingprobleem
By 2 maanden geleden 3234 keer bekeken Geen opmerkingen

Als (strafrecht)jurist én wielerliefhebber volg ik met een buitengewone interesse de dopingperikelen die de gemoederen in de wielerwereld al jarenlang bezighouden. Ook dit jaar en op dit moment – tussen twee van de drie zwaarste wedstrijden van het jaar: de Ronde van Italië en de Ronde van Frankrijk, die fysiek én mentaal zo veel vragen van de mens die daaraan deelneemt (om deze te winnen) – is doping een onderwerp dat de sportpers flink bezig houdt. En dat is niet zonder reden. Na de bekentenis van Armstrong naar aanleiding van het lijvige rapport van de Amerikaanse dopingautoriteit USADA, leek een nieuw tijdperk aangebroken. Een tijdperk waarin doping niet meer nodig leek te zijn om (als nieuweling) überhaupt mee te kunnen komen met de profs. Als toonbeeld daarvan presenteerde zich in 2010: Team Sky. Dat team zou alles anders doen en daar transparant over zijn. De afgelopen jaren handelen ze echter allesbehalve transparant en als klap op de vuurpijl testte het boegbeeld van Team Sky en (vooralsnog) de winnaar van achtereenvolgens de Ronde van Frankrijk en de Ronde van Spanje in 2017 en de Ronde van Italië in 2018, positief tijdens de Ronde van Spanje. In zijn lichaam was een te grote hoeveelheid salbutamol aangetroffen – kort door de bocht: het ging om de dubbele toegestane hoeveelheid van dit middel dat, met attest, gebruikt mag worden door astmapatiënten.

Commentaren
Ik zal niet ingaan op de waardering van individuele sporters en hun prestaties of verdenkingen. Bovendien zijn bijvoorbeeld wat betreft het hiervoor genoemde concrete geval al vele commentaren gegeven. Overigens zijn die commentaren overigens zeer lezenswaardig. Voor de liefhebber, zie bijvoorbeeld:
http://www.cyclingnews.com/features/philippa-york-chris-froome-and-trying-to-understand-the-unbelievable/,
https://cyclingtips.com/2018/05/only-love-can-break-your-heart-a-lamentation-on-chris-froome/,
https://www.ad.nl/home/vertragen-traineren-en-uitstellen~ab21a957/https://www.indeleiderstrui.nl/nieuws/opinie/171027/zonneveld-dodelijk-dat-de-renner-die-eigenlijk-niet-had-mogen-starten-alles-aan-puin-rijdt of
https://www.trouw.nl/home/hou-je-wel-echt-van-je-sport-als-je-je-gedraagt-zoals-chris-froome-~a50fefd9/.

Een strafrechtelijke vraag
Juridisch gezien is het ook niet zo relevant of een renner die betrapt is niet zou moeten koersen, maar of hij mag koersen. Dat een renner en zijn juridisch adviseurs de ruimte neemt waartoe hij gerechtigd is volgens de spelregels, is – opnieuw: juridisch gezien – volstrekt begrijpelijk. Naar aanleiding van de roep dat een renner die betrapt is, maar die zijn positieve test(s) aanvecht, niet zou moeten koersen zo lang de zaak niet afgerond is, kwam bij mij evenwel de gedachte op: zou het systeem dat in het leven is geroepen om doping te bestrijden, niet iets kunnen leren van de regels die gelden voor “normale” overtredingen en strafbare feiten?

De verdenking

In het “normale leven” werkt het zo dat als sprake is van een serieuze verdenking van een voldoende zwaar strafbaar feit, de verdachte in voorarrest komt te zitten. Dit kunnen we doortrekken naar de sportieve wereld en het voorarrest vertalen naar een voorlopige uitsluiting van deelname aan wedstrijden. Het mag duidelijk zijn dat het gebruik van middelen die verboden zijn volgens de spelregels omdat ze prestatie bevorderend (zouden) zijn, zo’n beetje het meest zware verwijt is dat je als sporter kan worden gemaakt – oftewel: een “zwaar strafbaar feit”. De beoordeling van de vraag of sprake is van een serieuze verdenking vindt in het strafrecht plaats aan de hand van het bewijscriterium dat sprake moet zijn van “ernstige bezwaren” voor de verdenking. Die eis kan wat mij betreft één op één worden overgenomen in dopingzaken. Noemenswaardige problemen zijn niet te verwachten. Een sporter wordt dubbel getest door middel van een A en B-staal lichaamsmateriaal die wordt afgenomen en indien beide stalen positief zijn, is – zonder nadere verklaring – a priori sprake van een serieuze verdenking.

Gronden voor voorlopige detentie
Vervolgens moet in het strafrecht worden beoordeeld of gronden bestaan voor de voorlopige detentie van een verdachte. Simpel gezegd betreffen die gronden: vluchtgevaar, gevaar voor verstoring van het lopende onderzoek, gevaar voor herhaling en een geschokte rechtsorde wanneer een verdachte vrij mag blijven rondlopen. Voor de vraag of een sporter mag (blijven) deelnemen aan wedstrijden, zullen de eerste twee gronden niet zo relevant zijn. Het gevaar dat een sporter recidiveert, bestaat uiteraard wel. Daarbij moet wellicht ook in het achterhoofd worden gehouden dat sporters doorgaans blijvend voordeel genieten van dopinggebruik doordat zwaarder getraind kon worden, waardoor meer (duur)vermogen is opgebouwd. Maar vooral de laatste grond van de “geschokte rechtsorde” doet zich voor in dopingzaken. Uit de eerder aangehaalde artikelen en de overige persberichten en commentaren blijkt immers al hoezeer de wielerwereld kampt met een zeer groot (imago)probleem wat betreft dopinggevallen en hoezeer nieuwe dopinggevallen de ‘wielerorde’ opnieuw schokken.

Het voorarrest
Indien én een serieuze verdenking voor een strafbaar feit bestaat én goede redenen bestaan om iemand niet vrij te laten, zal in de strafrechtpraktijk normaliter voorarrest volgen. Dit is slechts anders indien sprake is van bijzondere persoonlijke omstandigheden die vrijlating (onder voorwaarden) rechtvaardigen. Bovendien kent het strafrecht een, wat mij betreft nog niet geheel bevredigend, (financieel) correctiemechanisme als een verdachte achteraf niet schuldig wordt bevonden. Daar zou aansluiting bij kunnen worden gezocht in dopingzaken. Al met al is het systeem van voorarrest een doordacht systeem dat in beginsel, mits serieus getoetst en toegepast door onafhankelijke rechters, goed werkt voor het vertrouwen van burgers in de rechtsstaat doordat rekening wordt gehouden met zwaarwegende algemene belangen enerzijds en anderzijds ter waarborging van individuele belangen, waarbij de overall fairness van het proces tegen het individu scherp in de gaten wordt gehouden.

Conclusie
Mijns inziens kan de regelgeving omtrent dopingbestrijding nog wel wat leren van het strafrechtelijke systeem van voorarrest, zeker als daar transparant over wordt gecommuniceerd en adequaat gevolg aan wordt gegeven. Dat geldt voor alle sporten, maar voor het wielrennen in het bijzonder. Vanwege het verleden ligt die sport nou eenmaal onder een vergrootglas. Ook mijn eigen ervaring als wielerliefhebber en goedbedoelende amateurrenner, leert immers: het wielrennen kampt met een serieus geloofwaardigheidsprobleem. Sommigen vinden dat de charme ervan – en laten we wel wezen: er zijn grotere problemen in de wereld –, feit blijft dat grote (persoonlijke én algemene) belangen gemoeid zijn met sport die de moeite van het nastreven van een beter systeem meer dan waard zijn. Daarnaast heb ik gemerkt dat het wielrennen alvast één ding gemeen heeft met het strafrecht: op feesten en partijen word je hoe dan ook ter verantwoording geroepen over allerhande vermeende misstanden.


Posted in: Strafrecht