Swipe to the left

Fiscale transparantie van de gehuwde vrouw in de IB

Print
Fiscale transparantie van de gehuwde vrouw in de IB
By prof.dr. S.J.C. Hemels 31 januari 2019 611 keer bekeken Geen opmerkingen

Bewindslieden van Financiën zijn de laatste jaren over het algemeen geen fiscaal specialisten. In korte tijd moeten zij zich dit complexe vakgebied eigen maken. Daarbij hebben ze de steun van een goed in de materie ingevoerd apparaat. Dit bleek ook weer tijdens een debat in de Tweede Kamer op 24 mei 2018. De staatssecretaris meldde toen in alle oprechtheid: ‘Ik kreeg zojuist te horen, en dat wist ik niet, dat tot en met 1972 alle inkomensbestanddelen van een getrouwde vrouw nog aan haar man werden toegerekend.’ De staatssecretaris is niet de enige wie dit onbekend was. Een van mijn onderzoeksthema’s als visiting professor in Zweden is de positie van de gehuwde vrouw in de inkomstenbelasting. Als ik over dit onderzoeksthema vertel, ontmoet ik regelmatig verbazing over de langdurige fiscale transparantie van de Nederlandse gehuwde vrouw. Het opfrissen van het collectieve fiscale geheugen lijkt, ook gegeven recente ontwikkelingen als de Nashvilleverklaring, opportuun. In deze Opinie analyseer ik daarom de fiscale historie van de Nederlandse gehuwde vrouw in haar sociaal-culturele, politieke en juridische context. Via het ambtenarenapparaat zal deze informatie vast ook de staatssecretaris kunnen bereiken.

Vermogensbelasting 1892 en Bedrijfsbelasting 1893

Vanaf 1893 werden in Nederland voor het eerst belastingen geheven die als een inkomstenbelasting waren te bestempelen. Deze betroffen een soort gesplitste inkomstenbelasting in de vorm van de Wet op de Vermogensbelasting 1892 (een met box 3 vergelijkbare inkomstenbelasting: vermogen boven f 13.000 werd geacht een rendement van 4% op te leveren) en de Wet op de Bedrijfsbelasting 1893 (een belasting op bedrijfs- en andere inkomsten). Art. 1 VB 1892 bepaalde dat de belasting van ‘ingezetenen des Rijks’ werd geheven en art. 2 VB 1892 specificeerde dit als ‘ieder, die binnen het rijk woont’. ‘Ieder’ moest niet te letterlijk worden genomen. Art. 4 VB 1892 bepaalde namelijk: ‘Het vermogen der vrouw wordt geacht een geheel uit te maken met dat van den man. De man is behoudens verhaal, naar de waarde van dat gehele vermogen belastingschuldig.’ De gehuwde vrouw was dus fiscaal transparant. Art. 4 VB 1892 maakte alleen een uitzondering op deze regel bij scheiding van tafel en bed of als de man onder curatele was gesteld: dan was de vrouw zelf belastingplichtig over de waarde van haar vermogen. Art. 2 BB 1893 gaf in aansluiting op art. 4 VB 1892 eveneens als hoofdregel dat de man belastingplichtig was over de inkomsten van zijn vrouw. Nederland week in dit opzicht overigens niet af van andere landen: in de meeste landen was de gehuwde vrouw in de negentiende eeuw fiscaal transparant. De Nederlandse belastingwet was nog redelijk elegant geformuleerd, zeker in vergelijking met de Engelse Income Tax Act 1842, die gehuwde vrouwen min of meer op één lijn stelde met infants, lunatics, idiots en the insane.

Dit is het eerste deel van een NTFR Opinie geschreven door auteur. De volledige opinie kunt u hier inzien. Deze Opinie is opgenomen in NTFR nummer 5 van datum 2019 (NTFR 2019/201).


Blijf op de hoogte van onze blogs en meer door Sdu Fiscaal te volgen op LinkedIn
Posted in: Fiscaal Recht