Swipe to the left

Gelijke behandeling van procespartijen door de rechter – dat is toch vanzelfsprekend?

Print
Gelijke behandeling van procespartijen door de rechter – dat is toch vanzelfsprekend?
By 7 november 2018 5177 keer bekeken Geen opmerkingen

Het was een rogatoire reis naar Adana, een grote stad in Zuid-Turkije, in 2005 of 2006. Mijn cliënt werd verdacht van een aantal Opiumwetdelicten. Een daarvan zag op de smokkel van xtc naar Turkije. In Adana zouden we een in die regio gedetineerde getuige gaan horen. Onze commissie bestond uit een rechter-commissaris, een griffier, een tolk en twee advocaten.
Aangekomen in de Turkse rechtbank werd ons duidelijk gemaakt dat het verhoor zou plaatsvinden door de meervoudige kamer (drie rechters) van de lokale rechtbank. Tevoren mochten we een minuut of 20 kennis maken met de voorzitter. In de eerste minuten van dit gesprek werd de toon gezet: “onze” rechter-commissaris mocht aan tafel zitten bij de voorzitter, hij was de enige gesprekspartner voor de voorzitter. Wij als advocaten (de andere advocaat had een Turkse achtergrond) moesten achter in de kamer zitten. De minachting van de Turkse rechter voor advocaten was voelbaar. De minachting voor verdachten overigens ook: de gedetineerde getuige die we zouden horen mocht tijdens het drie kwartier durende verhoor niet zitten. Zwetend, met de angst zichtbaar in zijn ogen en met doorlopend twee mitrailleurs in zijn rug heeft hij de ondervraging van de Turkse rechtbank ondergaan. Vragen van Nederlandse advocaten werden niet op prijs gesteld. Nadien heeft de Nederlandse rechter-commissaris een proces-verbaal opgesteld met daarin de vaststelling dat het verhoor weinig van doen had met een eerlijke procesvoering.

De bejegening tijdens deze reis naar Turkije was er een van de buitencategorie. Op vaderlandse bodem heb ik deze taferelen gelukkig nooit mee hoeven maken. Toch moest ik aan de ervaringen van die reis denken bij het schrijven van deze blog: ook in Nederland is de bejegening en de houding van rechters richting advocaten niet altijd comme il faut. Voorop gesteld: mijn ervaring is dat de meeste rechters op normale wijze en respectvol met advocaten omgaan. Tegelijk signaleer ik met regelmaat praktijken die me tegen de borst stuiten. Dat we als strafadvocatuur voortdurend aan (een deel van) de maatschappij moeten uitleggen wat de rol van een advocaat is, zijn we gewend en is ook wel begrijpelijk. Dat er ook rechters zijn die de strafadvocatuur scheef aankijken of zelfs wantrouwen, in ieder geval anders behandelen dan leden van het OM, is in mijn ogen echter onbegrijpelijk.

Voorbeelden

Ik noem een aantal voorbeelden, om voor de hand liggende redenen geanonimiseerd.

Zo ken ik het verhaal van een rechter, die tijdens een rogatoire reis met zijn griffier niet in hetzelfde hotel wilde verblijven als de advocaten. Dit ter voorkoming van nauwe contacten. Een ander verhaal is dat van een rechter die enkele malen bij de ingang van een rechtbank even een sigaretje ging roken. Hij werd er door verschillende collega’s op aangesproken. Niet omdat men het een verkeerde uitstraling vond hebben dat een rokende rechter bij de ingang van een rechtbank stond, maar omdat men er moeite mee had dat hij dan advocaten zou spreken. Ook sprak ik recent een officier die zowel in de hoedanigheid van advocaat als die van officier beroepsmatig contacten heeft gehad respectievelijk heeft met rechters. Deze officier sprak over een merkbaar verschil in bejegening: daar waar officieren vrijwel altijd normaal, rechtstreeks en op gelijk niveau bejegend worden, is de bejegening van rechters richting advocaten zonder enige aanleiding sneller laatdunkend, bits en/of vanuit de hoogte.

Zo kan ik wel doorgaan. Rechters en officieren die met elkaar mailen en overleggen zonder de advocaat hierin te kennen. Rechters die vinden dat ze wel met officieren mogen lunchen, borrelen of zelfs maar even over iets anders dan over het werk spreken, maar niet met advocaten. Naar mijn idee betreft het hier een minderheid van de rechtsprekende macht, maar wel een minderheid die niet over het hoofd te zien is.

Een ander voorbeeld en van een andere orde van grootte betreft een kwestie die ik eerder dit jaar bij de hand had. OM en verdediging waren beiden van mening dat een zeker verzoek aan de rechtbank gedaan moest worden. Aan de orde was de vraag wie dit verzoek (dan wel de vordering) zou indienen, het OM of de verdediging. We waren het snel eens: de kans van slagen schatten we het grootste in als het OM een vordering zou doen. De gezamenlijke beleving van OM en mij was dat de rechter het gezag van het OM als groter ziet dan dat van een advocaat, de neiging tot een kritische benadering schatten we navenant groter in als het verzoek van de advocaat zou zijn gekomen. Toegegeven, dit is niet een wetenschappelijk onderbouwde stelling maar menig strafrechtbeoefenaar zal dit wél herkennen.

Opinie: gelijke behandeling van advocaten en officieren is vanzelfsprekend

Mijn mening over een andere bejegening van en kijk op de advocatuur ten opzichte van die van het OM ligt voor de hand. Juist onder rechters zou zowel in het openbaar als achter de schermen een gelijke behandeling van alle partijen vanzelfsprekend moeten zijn. Ten aanzien van specifiek de advocaat geldt dat hij evenals de officier een professionele procespartij is. Het mag zo zijn dat de advocatuur een andere invalshoek heeft – onder andere tot uiting komend in eenzijdige belangenbehartiging en commercie of ondernemerszin -, het maakt de advocatuur niet tot een ten opzichte van het OM minderwaardige of minder betrouwbare partij. De Gedragsregels voor advocaten en een (tamelijk) transparante tuchtrechtspraak – het OM kent die niet – dragen bij aan die betrouwbaarheid. Bovendien stelt het hedendaagse strafrecht zoveel eisen aan een behoorlijke verdediging dat een zorgvuldig, genuanceerd en evenwichtig optreden van de advocatuur eerder regel dan uitzondering is. Daarnaast moet niet uit het oog verloren worden dat een kritische en daar waar het moet lastige advocaat bijdraagt aan een kwalitatief goed rechterlijk oordeel. Kortom: advocaten verdienen dezelfde bejegening van de rechterlijke macht als leden van het OM.

Tot besluit

Deze blog richt zich niet tot alle rechters, hij is gericht aan een minderheid van de rechters; de advocatuur kan lastig zijn, maar dat is de taak van een advocaat. Lastig zijn maakt de advocatuur niet onbetrouwbaar of ten opzichte van het OM minderwaardig. In het kader van de bezuinigingen op de rechtsbijstand laten overigens steeds meer magistraten (rechters en officieren) hun waardering voor de advocatuur zien, zie bijvoorbeeld https://www.nrc.nl/nieuws/2018/10/02/strafadvocate... en https://www.omroepwest.nl/nieuws/3715421/COLUMN-De-tegenstander. De uit die bijdragen blijkende positieve kijk is bemoedigend en laat ook zien dat de inhoud van deze blog gelukkig door een groot aantal rechters niet herkend zal worden. Bij rechters met waardering en begrip voor de bijdrage van de advocatuur zal een gelijkwaardige bejegening vanzelfsprekend zijn. Bij rechters die het werk van de advocatuur minder waarderen zou dit anders kunnen zijn. Richting die rechters merk ik op dat ik in deze blog niet pleit voor waardering. Dat mogen anderen doen. Ik kom slechts op voor een normale, gelijkwaardige bejegening. En het mooie is: daar zijn geen kosten aan verbonden.

Posted in: Strafrecht