Swipe to the left

Hear no evil, see no evil: luistervinken opgelet

Print
Hear no evil, see no evil: luistervinken opgelet
By 23 mei 2019 2823 keer bekeken Geen opmerkingen

Advocaat en cliënt moeten vrij en open met elkaar kunnen communiceren. Dit komt niet alleen de effectiviteit en kwaliteit van de verdediging ten goede, maar het is ook een randvoorwaarde voor het recht op een eerlijk proces. Om die reden is het dus ook niet de bedoeling dat justitie kennis neemt van wat er tussen advocaat en cliënt besproken wordt. Jammer genoeg laat de praktijk een ander beeld zien. Voor mij de reden om die praktijk eens langs de Straatsburgse meetlat te leggen. Voordat ik dit kan doen, moet ik natuurlijk wel eerst uitleggen tegen welke praktijkvoorbeelden ik ben aangelopen. Voorbeelden waarvan ik weet dat veel advocaten iets soortgelijks hebben meegemaakt.

Voorbeelden uit de praktijk

Dinsdagochtend. Zeven uur. Piketmelding. Snel mijn tas gepakt en in de auto gestapt. Ik zag op het meldingsformulier dat de cliënt vlak voor middernacht was aangehouden. Wetende dat het eten op het politiebureau meestal niet te pruimen is, stop ik bij een pompstation om een broodje en een chocoladereep voor hem te kopen. In de spreekkamer overhandig ik eerst het broodje. De cliënt had zijn tanden er nog niet ingezet toen er door de intercom geroepen werd dat het overhandigen van etenswaren niet was toegestaan. Kennelijk stond de camera aan. Bij een andere piketmelding ging ik met de cliënt in een hoek van de spreekkamer staan. De cliënt wilde namelijk met handgebaren voordoen wat zich de avond ervoor had voorgedaan. Ook hier werd er meegekeken en kreeg ik via de intercom te horen dat dit niet de bedoeling was met het verzoek weer in het midden van de spreekkamer te gaan zitten.

In een huis van bewaring had ik niet in de gaten dat er kennelijk werd meegeluisterd. De cliënt liet zich weinig vlijend uit over de medewerkers van het huis van bewaring en ging in detail in op incidenten die hij met enkele medewerkers had meegemaakt. Niet lang daarna werd er door de intercom geroepen dat mijn cliënt zich niet zo moest aanstellen.

En dan hebben we nog het kabinet rechter-commissaris van de rechtbank Utrecht. Ik doel dan op voorgeleidingen die op donderdag plaatsvinden. Als het goed is heb je als advocaat net een dossier gelezen dat je met cliënt wilt bespreken. Dit is echter helaas niet mogelijk, omdat op donderdag ook de raadkamers gevangenhouding plaatsvinden. Het is dan te druk en er zijn geen spreekkamers vrij. De oplossing voor dit probleem? Je mag vijf minuten gebruik maken van de kamer van de rechter-commissaris in de aanwezigheid van één of twee parketwachters.

De uitgangspunten van de Straatsburgse rechtspraak

Het Europese Hof van de Rechten van de Mens in Straatsburg wees al vele arresten waarin het belang van een vrije en vertrouwelijke communicatie tussen advocaat en cliënt werd onderstreept. Het maakt onderdeel uit van de mensenrechten, namelijk het recht op een eerlijk proces en het recht op privacy. In de zaak Castravet van 13 maart 2007 brengt het Straatsburgse hof verder naar voren dat het voeren van een goede verdediging praktisch niet mogelijk is zonder dat advocaat en cliënt vertrouwelijk met elkaar kunnen overleggen. Verder is het Hof van mening dat er geen concreet bewijs hoeft te zijn voor het afluisteren. Een oprecht geloof gebaseerd op redelijke gronden dat een gesprek werd afgeluisterd, kan al voldoende zijn om een schending van de mensenrechten aan te nemen. Advocaat en/of cliënt hoeven dus alleen met een begin van aannemelijkheid te komen. Een standpunt dat door het Europese Hof is herhaald in de zaak Apostu van 3 februari 2015. In de zeer recente zaak Altay van 9 april 2019 was een overheidsfunctionaris aanwezig tijdens de gesprekken die de advocaat had met zijn cliënt. De reden hiervoor was dat de advocaat boeken naar zijn cliënt had gestuurd die niets met de strafzaak van Altay te maken hadden. Volgens het Europese Hof kon de aanwezigheid van de overheidsfunctionaris niet door de beugel. Hier werd nog aan wordt toegevoegd dat op de lidstaten de verplichting rust de vrije en vertrouwelijke communicatie mogelijk te maken. Het recht op vertrouwelijke communicatie is echter niet absoluut. Er zijn beperkingen mogelijk. Het Hof gaf in de zaak Altay twee voorbeelden. In de eerste plaats is zo’n beperking toegestaan wanneer hiermee zeer ernstige misdrijven, zoals terrorisme, voorkomen kunnen worden. In de tweede plaats wanneer de veiligheid van de gevangenis in het geding is. Hier zal niet snel sprake van zijn.

Mijn praktijkvoorbeelden aan de uitgangspunten van Straatsburg getoetst

Mijn cliënten op de politiebureaus en in het huis van bewaring werden niet verdacht van terrorisme. Er was ook geen reden om aan te nemen dat zij een gevaar vormden voor de veiligheid van het politiebureau of het huis van bewaring. Het is volgens mij volkomen duidelijk dat het meekijken of meeluisteren op het politiebureau en in het huis van bewaring de Straatsburgse toets der kritiek niet doorstaat. Er was simpelweg geen goede reden te bedenken waarom de camera of intercom aan moet staan. Zowel op de politiebureaus als in het huis van bewaring haalde ik verhaal en beklaagde mij over de gang van zaken. De reacties die ik hierop kreeg waren tot mijn verbazing laconiek. Het geeft voeding aan de gedachte dat het wellicht veel vaker gebeurt dan wordt aangenomen. Dat het beleid van de Rechtbank Utrecht ontoelaatbaar is, staat voor mij ook wel vast. Een logistieke reden kan de inbreuk op de vrije en vertrouwelijke communicatie niet rechtvaardigen. Niettemin speelt het probleem in Utrecht al lang en kaart de orde van advocaten dit keer op keer aan bij de rechtbank. Helaas zonder resultaat.

Hoe om te gaan met de genoemde beperkingen van het recht op vrije en vertrouwelijke communicatie

Ik heb mij voor de toekomst voorgenomen principiëler om te gaan met de situaties waar ik niet vrij en vertrouwelijk met mijn client heb kunnen communiceren. Standaard een brief naar de officier van justitie, directeur van het huis van bewaring en de orde van advocaten. Bij voorgeleidingen op donderdag bij de Utrechtse Rechtbank zal ik de rechter-commissaris nu altijd verzoeken een proces-verbaal op te maken over de gang van zaken. Ik zal dit ook veel vaker aankaarten op zitting en daar ook verweer op te voeren. Een zoektocht in de Nederlandse rechtspraak laat zien dat dit nog weinig gebeurt. Uit een twitterbericht van confrère Eric Steller begreep ik dat zijn verweer tegen het Utrechtse beleid gehoor had gevonden bij de politierechter. Ik ben van mening dat wij advocaten hier vaker een punt van moeten maken. Die mensenrechten heb je namelijk niet voor niets.

Een andere blog lezen van Peter Hermens?

Posted in: Strafrecht