Swipe to the left

Het ambtshalve oproepen van getuigen in hoger beroep?

Print
Het ambtshalve oproepen van getuigen in hoger beroep?
By 4 oktober 2018 5822 keer bekeken Geen opmerkingen

Een interessante uitspraak is HR 3 juli 2018,ECLI:NL:HR:1055. Daarin oordeelde de Hoge Raad dat het hof niet ambtshalve had hoeven overgaan tot het oproepen van de twee aangeefsters van twee aan de verdachte verweten verkrachtingen, die in appel gevoegd waren, ondanks dat in eerste aanleg tweemaal een vrijspraak volgde. De getuigen waren alleen bij de rechter-commissaris gehoord, waar zij bij hun belastende verklaringen beleven, maar niet door de rechtbank of het hof. In appel is daar kennelijk ook niet om gevraagd. Wellicht met het oog op jurisprudentie van het EHRM, die – kort gezegd – inhoudt dat de hogere rechter, als hij nog over de feiten mag oordelen, het bewijs zelf moet waarderen als in eerste aanleg een vrijspraak is gevolgd. Zie voor de uiteenzetting daarvan de conclusie van advocaat-generaal Vellinga. Ik citeer een overweging uit EHRM 28 mei 2017, 56875/11 (Manoli/Moldavië) , par. 32:

‘Having regard to what was at stake for the applicant, the Court is not convinced that the issues that had to be determined by the Court of Appeal when convicting and sentencing the applicant - and, in doing so, overturning his acquittal by the first-instance court - could be properly examined, as a matter of fair trial, without a direct assessment of the evidence. The Court considers that those who have responsibility for deciding on the guilt or innocence of an accused ought, in principle, to be able to hear the victims, the accused and the witnesses in person and assess their trustworthiness (…). The assessment of trustworthiness is a complex task which cannot usually be achieved merely by reading a record of their words, even more so when only some of the words are taken into consideration. Of course, there are cases where it is impossible to hear someone in person at the trial because, for example, he or she has died, or in order to protect the right of a witness not to incriminate himself or herself (…). However, that was not the case here.’

A-G Vellinga

Advocaat-generaal Vellinga meent dat niet alleen de rechtspraak van Grenzen getuigenbewijs en de nuancering daarvan niet opgaan (NJ 1994/427 en NJ 2014/488), maar ook de vergelijking met de rechtspraak van het EHRM niet. De getuigen hebben bij de rechter-commissaris weer hetzelfde verklaard, zijn niet in eerste aanleg ter zitting gehoord en het hof heeft uitgebreid uiteengezet waarom het hun verklaringen betrouwbaar achtte en het door de verdachte geschetste scenario van vrijwillige seks niet. Aldus ‘voerde het hof een zo indringende toets uit op de geloofwaardigheid van de verklaringen van de getuigen (…) dat de door het EHRM bedoelde zorgvuldigheid op andere wijze dan door het horen van de getuigen voldoende tot haar recht is gekomen. De Hoge Raad lijkt het daarmee eens te zijn. Al met al kan ook volgens de Hoge Raad niet gezegd worden dat met het gebruik van de belastende verklaringen, afgelegd bij de politie en de rechter-commissaris, het recht op een eerlijk proces is geschonden. Een belangrijke rol daarbij lijkt te hebben gespeeld dat de verdediging om verhoor in appel niet heeft gevraagd.

Conclusie

De uitspraak maakt duidelijk dat ook in hoger beroep de rechter van de Hoge Raad niet snel ambtshalve hoeft over te gaan om, anders dan de eerste rechter, wel tot een bewezenverklaring te komen op basis van door hem niet ondervraagde getuigen. Los van de vraag of ze er in Straatsburg ook zo over denken, is een punt waarom de rechter niet wat vaker zelf de getuige wil zien en horen. In het onderhavige geval snap ik dat gelet op de aard van de zaak op zich wel, maar papier is geduldig.


Posted in: Strafrecht