Het nieuwe kabinet deelt uit: transitievergoeding voor iedereen!

Het nieuwe kabinet deelt uit: transitievergoeding voor iedereen!
17 oktober 2017

Op 10 oktober jl. hebben VVD, CDA, D66 en ChristenUnie het nieuwe regeerakkoord 2017 gepresenteerd. Als arbeidsrechtadvocaat heb ik natuurlijk direct gebladerd naar pagina 22: de plannen voor de arbeidsmarkt! Toch wel opgelucht las ik hier dat het nieuwe kabinet geen plannen heeft om het gehele ontslagrecht weer 180% om te gooien. Het is niet dat ik op alle punten onverdeeld enthousiast ben over ons huidige ontslagrecht, maar op een algehele stelselwijziging zit de arbeidsmarkt denk ik niet opnieuw te wachten. In plaats daarvan is het nieuwe kabinet van plan het bestaande ontslagrecht op punten te corrigeren en “de scherpe randen” ervan af te halen. Eén van de punten waarin wijzigingen zullen worden doorgevoerd, is de transitievergoeding.

Transitievergoeding vanaf begin arbeidsovereenkomst

Het opvallendste plan op dit vlak is wat mij betreft dat werknemers voortaan vanaf het begin van hun arbeidsovereenkomst al recht krijgen op de transitievergoeding, in plaats van pas na twee jaar. Waarom? Dat legt het nieuwe kabinet (nog) niet uit.

Overigens is voor mij ook niet duidelijk waarom op dit moment pas na 24 maanden recht bestaat op een transitievergoeding. De ratio achter deze periode van 24 maanden wordt in de parlementaire geschiedenis van de WWZ in elk geval niet toegelicht. Ik heb het altijd zo opgevat dat de werkgever een soort verantwoordelijkheid heeft voor (de toekomst van) de werknemer, die naar verloop van tijd wordt opgebouwd. Kennelijk is het nieuwe kabinet van mening dat deze verantwoordelijkheid al direct ontstaat, in plaats van pas na 24 maanden.

Verkleinen verschillen tussen flexibele en vaste arbeid

Ik vermoed daarnaast dat het nieuwe kabinet met deze wijziging in de transitievergoeding de verschillen tussen flexibele arbeid en vaste arbeid kleiner wil maken. Op deze manier bestaat immers geen prikkel meer voor werkgevers om de arbeidsovereenkomst na 24 maanden te beëindigen, met als doel te voorkomen dat de werknemer een transitievergoeding zal gaan opbouwen. Deze transitievergoeding wordt immers direct vanaf het begin van de arbeidsovereenkomst opgebouwd. Aan de andere kant gaat de opbouw van de transitievergoeding na 24 maanden wel gewoon door, waardoor ik betwijfel of deze prikkel erg efficiënt zal zijn.

In de praktijk: transitievergoeding pas na 6 maanden?

Het is overigens nog maar de vraag of werknemers daadwerkelijk “vanaf het begin van hun arbeidsovereenkomst” recht zullen krijgen op een transitievergoeding, zoals het kabinet aankondigt. Voor de berekening van de transitievergoeding geldt namelijk dat enkel 'volle' halve dienstjaren meetellen. Er wordt in dit verband niet naar boven afgerond. Het lijkt er dus op dat een werknemer pas recht krijgt op een transitievergoeding na een arbeidsovereenkomst van 6 maanden of meer.

'Het lijkt er dus op dat een werknemer pas recht krijgt op een transitievergoeding na een arbeidsovereenkomst van 6 maanden of meer.'

Na bijvoorbeeld een proeftijdontslag zal een werknemer dus geen recht hebben op een transitievergoeding, ook al wordt de proeftijd straks voor sommige contracten verlengd naar 5 maanden. Het nieuwe kabinet kan ervoor kiezen ook dit aan te passen en (bijvoorbeeld) te bepalen dat per volledig gewerkte maand recht bestaat op een transitievergoeding van 1/36e maandsalaris. Ik betwijfel echter sterk of dat wenselijk én werkbaar is. Nu het nieuwe kabinet hier niets over zegt in het regeerakkoord, ga ik ervan uit dat de opbouw van de transitievergoeding op dit punt niet wordt gewijzigd.

Wijziging opbouw transitievergoeding na 10 jaar

Wel wordt de opbouw van de transitievergoeding gewijzigd als het gaat om de opbouw hiervan ná 10 jaar. Voortaan zal voor elk jaar dienstverband de transitievergoeding 1/3e maandsalaris bedragen, ook voor dienstjaren boven de 10 jaar. Waar de transitievergoeding dus voortaan eerder wordt opgebouwd, zal deze voor langere dienstverbanden tegelijkertijd lager worden.

'Waar de transitievergoeding dus voortaan eerder wordt opgebouwd, zal deze voor langere dienstverbanden tegelijkertijd lager worden.'

Deze laatste maatregel zal naar verwachting vooral invloed hebben op oudere werknemers; het is immers vooral deze groep die tegenwoordig nog een lang dienstverband heeft. Wel blijft de overgangsregeling voor 50-plussers bestaan, op grond waarvan werknemers die op het moment van het ontslag ouder zijn dan 50 jaar en ten minste 10 jaar in dienst zijn, voor ieder jaar na het bereiken van de 50-jarige leeftijd één maandsalaris aan transitievergoeding opbouwen. Deze overgangsregeling is nog van toepassing tot 1 januari 2020. Na deze datum zal de opbouw van de transitievergoeding voor oude en jonge werknemers dus volledig gelijk zijn.

Cumulatiegrond in het ontslagrecht

Een erg positief punt uit het regeerakkoord vind ik het voornemen van het nieuwe kabinet om een cumulatiegrond in het ontslagrecht op te nemen. Dat geeft het ontslagrecht weer wat ruimte om te “ademen”, nadat het door het invoeren van het grondenstelsel behoorlijk op slot was gezet. Nu werkgevers hierdoor minder hoeven te vrezen voor het aannemen van vast personeel, zal deze maatregel in mijn ogen zeker bijdragen aan de gewenste verkleining van het gat tussen vast en flexibel.

Wat ik echter minder goed begrijp, is waarom de rechter bij toepassing van deze cumulatiegrond een extra vergoeding kan toekennen van maximaal de helft van de transitievergoeding. Dat doet vermoeden dat het nieuwe kabinet deze nieuwe cumulatiegrond toch als een minderwaardige ontslaggrond ziet of op zijn minst genomen suggereert dat de werkgever in dat verband een verwijt kan worden gemaakt. Ik vind dat onterecht.

'Dat doet vermoeden dat het nieuwe kabinet deze nieuwe cumulatiegrond toch als een minderwaardige ontslaggrond ziet.'

Ik snap nog steeds weinig van de gedachte dat pas een redelijke grond voor ontslag bestaat indien de feitelijke situatie in een van de voorgevormde “mallen” van artikel 7:669 lid 3 BW past. Dat sluit in mijn ogen absoluut niet aan bij de werkelijkheid, waarbij ook tal van “gemengde situaties” denkbaar zijn waarin simpelweg duidelijk is dat werkgever en werknemer niet meer met elkaar verder kunnen. Ik zie niet in waarom de cumulatiegrond dus op enige wijze anders zou moeten worden benaderd dan de overige ontslaggronden. Ik ben dan ook erg benieuwd hoe rechters zullen omgaan met deze mogelijkheid tot het opleggen van een extra vergoeding en welk criterium zij daarbij zullen aanleggen.

Oplossing voor knelpunten transitievergoeding

Positief ben ik tot slot over de plannen van Rutte c.s. om enkele in de praktijk gebleken knelpunten met de transitievergoeding op te lossen, bijvoorbeeld het compenseren van de transitievergoeding bij ontslag na 2 jaar ziekte. Deze maatregel zal waarschijnlijk een einde maken aan de vele slapende dienstverbanden die momenteel bestaan. Ook vind ik het goed dat meer begrip komt voor situaties waarin de transitievergoeding echt nekkend kan zijn voor een (kleine) ondernemer, bijvoorbeeld in de situatie van bedrijfsbeëindiging wegens pensionering of ziekte.

Al met al ben ik gematigd positief over de plannen van het nieuwe kabinet met betrekking tot de transitievergoeding. Mits Rutte c.s. afzien van die (ridicule) extra vergoeding bij de cumulatiegrond, heb ik best vertrouwen in de toekomst!

Meer Sdu blogs lezen over arbeidsrecht? Volg Sdu blog.

Opmerkingen