Swipe to the left

Hoge nood: een anekdote uit de strafpraktijk

Print
Hoge nood: een anekdote uit de strafpraktijk
By 2 maanden geleden 7973 keer bekeken Geen opmerkingen

Begin deze week op kantoor: "Daan, dat heb ik weer, een zaak met een luchtje, hoe kijk jij hier tegenaan?" Een kantoorgenoot stormt binnen met deze vraag. Hij heeft een zitting die middag en legt mij kort de casus uit. Een man zit in een politiecel en heeft het naar eigen zeggen door de spanningen laten lopen. Hij kon zijn kringspier niet afdoende aanspannen. In het dossier zit een foto van een opgevouwen broek. De betreffende man heeft de broek mét inhoud uitgetrokken en vervolgens als een pakketje klaargelegd. Genereus heeft hij aangeboden om dit pakketje zelf op te ruimen. Desondanks moet hij zich verantwoorden voor de politierechter. Volgens de tenlastelegging heeft hij zich schuldig gemaakt aan het onbruikbaar maken van een politiecel als bedoeld in artikel 350 Sr.

Een vergelijkbare zaak
Al snel kwam tijdens de bespreking met mijn kantoorgenoot het arrest van de Hoge Raad uit 2017 ter sprake (HR 10 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:26). Het hof had een in de politiecel urinerende verdachte veroordeeld ter zake van het onbruikbaar maken van een politiecel. De Hoge Raad liet dat oordeel in stand nu daarin als vaststelling ligt besloten “(…) dat de politiecel tijdelijk niet op de voor een behoorlijk gebruik daarvan vereiste wijze kon worden gebruikt voor het doel waarvoor deze was bestemd.” Anders gezegd: vanwege de plas urine kon er in de politiecel geen verdachte worden opgehouden. Aan de (zeer) minimale eisen die aan een bruikbare politiecel worden gesteld, werd begrijpelijkerwijs niet voldaan. De politiecel moest worden gereinigd. En dat dit daarna ook daadwerkelijk was gebeurd, bleek uit de vordering benadeelde partij waarin de schoonmaakkosten als kostenpost waren opgenomen.

Of toch niet?
Je kunt je afvragen of een politiecel schoongemaakt moet worden bij het aantreffen van een opgevouwen gevulde broek. Het zal niet fris ruiken, oké, maar dat lijkt mij niet doorslaggevend. Er is geen enkele officier van justitie die een verdachte met zweetvoeten of klotsoksels, enkel om die reden, zal vervolgen ter zake van overtreding van artikel 350 Sr. In ieder geval bleek in de zaak tegen de cliënt van mijn kantoorgenoot niet uit het dossier dat de politiecel daadwerkelijk was schoongemaakt. Daar komt bij dat hij, als gezegd, heeft aangegeven dat hij het door spanningen heeft laten lopen. Niet-opzettelijk dus. Ook dat is een wezenlijk verschil met de zaak van de urinerende verdachte. Uit de conclusie van AG Bleichrodt valt op te maken dat deze juist vrij bewust was van zijn handelen, nu hij bij de politie had aangegeven “(…) als jullie mij als een hond behandelen dan gedraag ik me ook als een hond. Daarom ging ik ook als een hond plassen.”

Veroordeling
Met de nodige munitie op zak, ging mijn kantoorgenoot naar de rechtbank. Na 10 minuten was hij weer terug. “En…”, vroeg ik, “vrijspraak?”. “Neen, veroordeling!” antwoordde hij. “Huh?” sloeg ik verwonderd uit. “Ja, hij was er niet en ik was niet gemachtigd.” Tja, hoge nood misschien?

Posted in: Strafrecht