Ondermijning - a self-fulfilling prophecy

Ondermijning - a self-fulfilling prophecy
5 april 2018 5680 keer bekeken

De blog van officier van justitie Greetje Bos maakte twee weken geleden nogal wat los toen zij schreef over “vertragingstactieken” door de verdediging in het strafproces. Het steekt haar dat in haar beleving steeds vaker misbruik wordt gemaakt van procesrechten. Om een verdachte in vrijheid gesteld te krijgen zou de verdediging in (grote) strafzaken vertraging nastreven en daartoe aanhoudingsverzoeken en wrakingsverzoeken indienen of zelfs de verdediging neerleggen.

Nodeloze vertraging?
Voor het gemak noemt Bos het aanhoudingsverzoek in één adem met het wrakingsverzoek en het neerleggen van de verdediging als vertragingstechniek. Zij legt verder niet uit waarom zij ervan overtuigd is dat aanhoudingsverzoeken worden gedaan door de verdediging met als (oneigenlijk) doel het vertragen van het strafproces. Anders dan dat een geslaagd aanhoudingsverzoek naar zijn aard en definitie zorgt voor vertraging, valt (juridisch) niet goed in te zien waar Bos bang voor is. Zo’n verzoek zal immers pas door de rechter worden gehonoreerd nadat deze een afweging heeft gemaakt “tussen alle daarvoor in aanmerking komende belangen, waaronder het aanwezigheidsrecht van de verdachte, het belang dat niet alleen de verdachte maar ook de samenleving heeft bij een spoedige berechting en het belang van een goede organisatie van de rechtspleging” (vgl. HR 26 januari 1999, LJN ZD1314, NJ 1999/294).Een aanhoudingsverzoek leent zich dus niet ter oneigenlijke vertraging van het strafproces omdat de rechter bij de beoordeling van dat verzoek nou juist mede kijkt naar de voortgang van het strafproces. Als de rechter niettemin oordeelt dat een zaak moet worden aangehouden, dan zal daar dus een serieuze redenen voor bestaan.

Bos richt zich vervolgens vrijwel uitsluitend op wrakingsverzoeken en het neerleggen van de verdediging. Deze acties zouden “lichtzinnig” worden ingezet en met het enkele doel om vertraging op te leveren waardoor de verdachte op vrije voeten komt (via een schorsing van de voorlopige hechtenis). Via de (sociale) media werd direct hevig geprotesteerd tegen dat beeld door verschillende advocaten. De politiek liet zich evenmin onberoerd. Door Van Oosten werden zelfs Kamervragen gesteld waarin – onder meer – is gevraagd naar het aantal wrakingsverzoeken en de (cijfermatige) trend wat betreft het neerleggen van de verdediging in de afgelopen jaren. Met belangstelling wacht ik deze cijfers af om te zien of de ervaringen van Bos overeenkomen met de werkelijkheid.

Meer juridische kanttekeningen
Enkele (juridische) vragen van Van Oosten zijn evenwel reeds op dit moment te beantwoorden; daar is geen nader onderzoek voor nodig. Bos wekt namelijk weliswaar de suggestie dat verdachten op vrije voeten komen doordat de verdediging vertraging van het strafproces bewerkstelligt, maar dat is slechts het halve verhaal. Aan die gestelde vertraging gaat veelal een lange periode vooraf waarin justitie onderzoek doet en de verdachte ondertussen in voorarrest zit. Voor (straf)juristen is het een feit van algemene bekendheid dat de voorlopige hechtenis in Nederland royaal wordt toegepast. Justitie krijgt doorgaans alle tijd en ruimte geboden om gedurende die hechtenis onderzoek te (laten) doen. Dat geldt zeker als we dat vergelijken met andere (Europese) landen. Op het moment dat het voorarrest van een verdachte nóg langer dreigt te gaan duren, dan zal die voorafgaande tijd in voorarrest door rechters terecht worden meegewogen bij het oordeel dat niet meer te verwachten valt dat de verdachte binnen afzienbare tijd zal worden berecht. Wat dat betreft mag justitie dus in eerste instantie naar zichzelf kijken.

In tweede instantie zou Bos met mij moeten vaststellen dat de invrijheidstelling van een verdachte in afwachting van zijn proces niet “heel cynisch is”, maar juist in overeenstemming is met artikel 5 en artikel 6 (lid 2) EVRM en het uitgangspunt dat een verdachte zijn proces en schuldvaststelling in vrijheid moet kunnen afwachten. Tot die tijd wordt de verdachte voor onschuldig gehouden. Als een rechter het voorarrest schorst, betekent dat in elk geval dat de voorlopige detentie – wat de rechter betreft – al lang genoeg heeft mogen duren.

Een andere juridische kanttekening die bij de blog van Bos geplaatst moet worden, betreft de roep om (nieuwe) voorzieningen tegen de “vertragingstactieken”. Bos geeft zelf al aan dat geregeld praktische voorzieningen worden getroffen door rechtbanken wat betreft wrakingsverzoeken. Zo valt te denken aan het klaarstaan van een wrakingskamer. De praktijk voorziet eveneens in de mogelijkheid om daaropvolgende wrakingsverzoeken sneller af te handelen of uiteindelijk zelfs niet meer in behandeling te nemen. Dat dit alles mogelijk een extra zittingsdag kost, zij zo. Het recht op een onpartijdige rechter is mij die zittingsdag waard. Maar dat betekent echt niet dat deze vertraging zomaar uitstel van (een deel van) de behandeling van de zaak voor langere tijd oplevert. Zulk uitstel is veel eerder het gevolg van een te strakke appointering van de zaak in het algeheel.

Wat betreft het neerleggen van de verdediging merk ik nog op dat dat in het geheel geen procesrecht is! Als zodanig is daar dus ook geen misbruik van te maken en dat is niet zonder betekenis. Het neerleggen van de verdediging is een beslissing van de advocaat, die dat uiteraard in samenspraak met zijn cliënt zal doen. Dat een advocaat lichtvaardig tot een dergelijke beslissing zal komen, is onwaarschijnlijk. Plat gezegd kost het de advocaat gewoon een zaak, terwijl de verdachte door die beslissing geconfronteerd wordt met vertraging zonder de garantie dat hij vrij komt of geschorst wordt. Als een officier van justitie niettemin van oordeel is dat in een bepaald geval evident sprake is van onbetamelijk handelen door de advocaat, dan kan deze naar de tuchtrechter stappen. Wat dat betreft bestaat dus wel degelijk een voorziening voor excessen. In het licht van het voorgaande, komt daar wat mij betreft overigens nog bij dat de (retorische) slotvraag van Bos of het niet tijd wordt voor een wetswijziging, wel zeer gratuit is. Hoe ziet zij dit voor zich als het neerleggen van de verdediging geen procesrecht is?

Het echte pijnpunt: beeldvorming
De juridische kanttekeningen terzijde, uiteindelijk is slechts één zin uit de blog van Bos de reden dat ik mij liet verleiden tot het schrijven van deze reactie. Het gaat om de zin: “In de beeldvorming wordt de betrouwbaarheid van de rechtspraak hiermee niet gediend”. Daarmee doelt Bos op het effect van het gestelde lichtzinnige handelen van advocaten. Mijns inziens is het echter juist de gewraakte blog van Bos die bijdraagt aan een beeldvorming waarmee de betrouwbaarheid van de rechtspraak niet wordt gediend. Op basis van incidenten wordt “de advocaat”, met zijn vertragingstactieken, afgeschilderd als een willoos verlengstuk van zijn cliënt, die het voor elkaar krijgt om de rechter de wil van de verdediging op te leggen, waarbij dat laatste – zacht gezegd – ongenuanceerd is.

Het doet mij denken aan de demagogie die werd bedreven voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen over het gevaar van infiltratie van gemeenteraden door criminelen. Feitelijke onderbouwing ontbrak, terwijl het maar zeer de vraag was wat die infiltrant dan zou kunnen klaarspelen in de gemeenteraad… Het gevaar is dat het hameren op ondermijnende aspecten in de (sociale) media op die manier een self-fulfilling prophecy wordt. Als het maar vaak en hard genoeg geroepen wordt, dan blijft de boodschap uiteindelijk hangen.

Zo is het ook met de blog van Bos. Juist door zulke berichtgeving, op basis van incidentele ervaringen, komt de betrouwbaarheid van de rechtspraak ter discussie te staan in de samenleving. Ik ben het nota bene eens met Bos dat “een rechtsstaat valt en staat met acceptatie ervan in de maatschappij die ze dient.” Maar officieren van justitie behoren daaraan bij te dragen. Wat betreft de rol van advocaten; hun bijdrage aan de rechtsstaat is nou juist de partijdige belangenbehartiging voor iedere burger die in de situatie komt dat die dat nodig heeft. Het zou voor iedereen beter zijn als een officier van justitie dat ook met zoveel woorden zou uitdragen naar de maatschappij.

Opmerkingen