Swipe to the left

Schikken of slikken bij transacties/schikkingen met het OM?

Print
Schikken of slikken bij transacties/schikkingen met het OM?
By 25 oktober 2018 19652 keer bekeken 1 comment

“Het aantal schikkingen bij kleine vergrijpen stijgt - en dat is opvallend”. Dit is de kop van een artikel op de website van Trouw van 20 oktober jl. Volgens de auteur van het artikel vinden rechters grote schikkingen schadelijk voor de rechtstaat. Het OM zou volgens de auteur steeds meer transacties voorstellen. Dit is opmerkelijk omdat volgens cijfers van het CBS het totale aantal zaken bij het OM zou dalen.

‘Schikken’ onder de loep

Met ‘schikken’ wordt bedoeld dat strafzaken door het OM buitengerechtelijk worden afgedaan op basis van de wettelijke constructie van de transactie. Het huidige aantal transacties is (extra) opmerkelijk omdat het de bedoeling van de wetgever was de ‘oude’ transactie ex art. 74 Sr met ingang van 1 februari 2008 gefaseerd plaats te laten maken voor de ‘nieuwe’ strafbeschikking ex art. 257a Sv.

Een strafbeschikking komt qua rechtskarakter meer overeen met een rechterlijke veroordeling, omdat dat - anders dan de transactie - op een schuldvaststelling berust. Schikken is volgens het Lycaeus Juridisch Woordenboek ‘tot stand gekomen in goed onderling overleg’. Een strafbeschikking heeft dit consensueel karakter niet, want de strafbeschikking is een daad van vervolging. Bij de transactie wordt strafvervolging dus voorkomen, terwijl bij de strafbeschikking een zaak wordt vervolgd en bestraft. Het maakt voor het ‘strafblad’ dus nogal een verschil of de strafzaak via de transactie óf via strafbeschikking wordt afgedaan.

Schikken komt voor bij relatief eenvoudige strafzaken zoals winkeldiefstal en mishandeling. Denk aan de zaak van oud-minister en oud-KLM-bestuurder Camiel Eurlings, waarin het ging over de mishandeling van zijn ex-vriendin. Deze zaak is met het OM geschikt door middel van een transactie.

Er bestaan ook zogenoemde ‘megaschikkingen’. Bij megaschikkingen gaat het om relatief ernstige strafzaken die uiteindelijk niet op het bord van de rechter belanden, waarbij soms geldsommen van miljoenen euro’s zijn gemoeid. Het gaat volgens het OM dan om ‘hoge transacties’. Denk aan de eerste grote internationale transactie met de Rabobank in het Libor Onderzoek en onlangs de transactie met ING. ING sprak ter voorkoming van een langslepende strafzaak af 775 miljoen euro te betalen “vanwege ernstige nalatigheden bij het voorkomen van witwassen”.

Schikken lijkt in elk geval voor het OM vooral nog te worden toegepast omdat dit efficiënt zou zijn. Niet alleen voor het OM zelf, maar ook voor de rechtspraak vanwege gebrekkige capaciteit en de capaciteit die er is dient optimaal te worden benut. Er kleven echter nogal wat aspecten aan schikken, zeker bij megazaken.

Het OM lijkt zich het belang van de transactie aan de ene kant, en de implicaties ervan voor betrokkenen en de samenleving aan de andere kant te realiseren. Het OM is namelijk de ontwikkelende praktijk van hoge transacties aan het verfijnen. Dat blijkt onder meer uit steeds langere persberichten (met feitenrelaas) waarmee wordt beoogd de transparantie te versterken. Volgens de website van het OM is er een ontwikkeling in de praktijk met hoge transacties: “Het OM werkt er aan om de transparantie en duidelijkheid aan de voor- en achterkant van een transactie te vergoten. Eigenlijk leent maar een klein deel van de strafzaken zich voor een hoge transactie. Er worden niet ‘met enige regelmaat miljoenendeals’ gesloten. Het gaat om circa tien zaken per jaar waarin een hoge transactie de meest passende afdoening is.”

Voor wie het nog niet weet: het OM kan niet zomaar schikken. In voorkomende gevallen is het OM gebonden aan de “Aanwijzing hoge transacties en bijzondere transacties”. Het uitgangspunt is terughoudendheid.

Het is alleen niet zonder meer een uitgemaakte zaak of schikken daadwerkelijk gunstig is voor de verdachte (en andere betrokkenen bij een strafzaak). Van de zijde van de verdediging moet daarom ervoor worden gewaakt dat het belang om van de zaak af te zijn niet te snel prevaleert boven het belang op een onafhankelijke beoordeling van de strafzaak door een rechter.

De Nederlandse Vereniging van StrafrechtAdvocaten (NVSA) heeft het inhoudelijk programma na de ALV op 17 oktober jl. in Hotel Van der Valk te Breukelen hieraan gewijd, onder de titel “Megaschikkingen, slechter zonder rechter?“. Het onderwerp werd vanuit verschillende perspectieven ingeleid door vooraanstaande sprekers, Geert Corstens (voormalig president van de Hoge Raad der Nederlanden) en Robert Hein Broekhuijsen (tussen 2005 en 2012 was hij officier van justitie in diverse grote fraudezaken).

De bijdragen zoals die zijn gegeven door beide sprekers zijn zeer nuttig. In het vervolg van deze blog strafrecht zullen wij in het kort de informatie van deze sprekers met u delen en vervolgens onze visie geven.

Megaschikkingen, slechter zonder rechter?

Corstens constateert een stille revolutie die zich heeft voltrokken. Vele zaken belanden niet meer op het bord van de rechter, waarbij het gaat om kleine maar ook grote zaken die door middel van transactie of strafbeschikking worden afgedaan.

De voor- en nadelen van schikken zijn moeilijk te duiden, maar in zijn algemeenheid noemt Corstens als mogelijke voordelen van ‘schikken’ met het OM (door transactie):

  • tijds- en kostenbesparing door niet eindeloos getuigen en deskundigen te horen bijvoorbeeld;
  • ruimte voor onderhandeling waarbij meer dan alleen de strafrechtelijke insteek kan worden betrokken (ondernemingsrecht, arbeidsrecht, compliance, bankaspecten);
  • voorkomen c.q. beteugelen van reputatieschade;
  • het voorkomen van civielrechtelijke gevolgen (uitgangspunt strafvonnis voor civiele aansprakelijkstelling);
  • snel beheersing en duidelijkheid over de strafzaak zaak en de gevolgen voor de onderneming c.q. / feitelijk leidinggevers.


Corstens noemt als mogelijke nadelen van ‘schikken’ met het OM (op dit moment):

  • de normbevestiging dat zeker bij ernstige vergrijpen van groot gewicht is verdwijnt (vanwege gebrek aan openbaarheid);
  • de controleerbaarheid ontbreekt (grotendeels) doordat geen onpartijdige, onafhankelijke rechter is betrokken;
  • de verdachte kan een belang bij een transactie hebben, terwijl de zaak tot vrijspraak zou kunnen leiden bij de rechter.


Corstens merkt op dat maatschappelijk gezien de discussie speelt om tot een ‘oplossing c.q. verbetering’ te komen.

Er zijn diverse oplossingen denkbaar, zoals (meer dan nu het geval is) hogere boetes in het economisch strafrecht door de rechter laten opleggen ‘die aanspreken’ of de rechter een ruimere toepassing te laten geven van op te leggen bijzondere voorwaarden ex art. 14a e.v. Sr.

Corstens noemt als ‘tussenoplossing’ het invoeren van een marginale rechterlijke fiateringsprocedure, maar een dergelijke procedure moet dan wel met enig tempo verlopen.

Broekhuijsen had hierover ook een interessante bijdrage. Broekhuijsen benadrukte vooral dat eventuele transacties goed en deugdelijk tot stand moeten komen. De transactie moet het vertrouwen inboezemen van degene die deze inziet.

Broekhuijsen gaf aan dat bij een transactie de haalbaarheid van een veroordeling ingeval van een eventuele berechting moet worden betrokken. Een heel belangrijk punt. In dit verband kan een parallel worden getrokken met het rapport dat P-G Fokkens naar aanleiding van onderzoek heeft uitgebracht in januari 2015 over de zogenoemde ZSM-zaken waarin strafbeschikkingen worden uitgevaardigd. Pas na bestudering van alle relevante stukken kan worden beoordeeld of het bewijs van het verweten feit door het OM kan worden geleverd en of het transactievoorstel (vervolgens) terecht en proportioneel is. De grondgedachte van de wet is dat allereerst wordt beoordeeld of er sprake is van voldoende bewijs om een strafvervolging te (kunnen) overwegen.

De transactievoorwaarden moeten volgens Broekhuijsen in een redelijke (uitlegbare) verhouding staan tot de geschonden norm en de verdachte ook treffen, rekening houdend met belanghebbenden (door bijvoorbeeld slachtoffers in financiële zin compensatie te bieden). Een evenwichtig persbericht vanuit het OM draagt bij aan transparantie, mits daarin kortgezegd helder de feiten worden uiteengezet en uitleg volgt van de transactievoorwaarden. Broekhuijsen heeft dit overtuigend belicht door de recente transactie van het OM met ING te bespreken. De transactie moet ten diepste vertrouwen opwekken bij de samenleving.

Een oplossing voor de huidige kritiek op megaschikkingen zou niet per se worden gezocht in een rechterlijke tussenkomst, aldus Broekhuijsen.

Hoe nu verder?

In Nederland moet de transactie als vorm van buitengerechtelijke afdoening wat ons betreft blijven. Onze samenleving en de ondernemingen die zijn verwikkeld in strafzaken zijn daarbij onder omstandigheden gebaat. Ook al is het belang van goede rechtspraak de laatste jaren gegroeid, teruggaan naar een “klassiek model” van rechtspraak lijkt onmogelijk, omdat dan nog meer rechters en financiële middelen beschikbaar moeten komen voor rechtspraak en rechtshulp.

Het is wél goed voor de betrokkenen in de strafzaak en uiteindelijk onze samenleving dat de afgelopen tijd meer aandacht is gekomen voor de mogelijke schaduwkanten van de transactiepraktijk.

Een niet al te openbare marginale rechterlijke fiateringsprocedure, waarbij bij voorkeur gespecialiseerde rechters na een schikkingsonderhandeling binnen een redelijke termijn de beoogde wijze van buitengerechtelijke afdoening op transparante wijze ‘toetsen’, lijkt ons een goede oplossing vanwege het huidige publieke debat over grote schikkingen. Op die manier vormen schikkingen geen risico afbreuk aan het vertrouwen in de rechtsstaat. De rechter krijgt bij de daadwerkelijke totstandkoming van transacties in een dergelijke procedure een controlerende en rechtsbeschermende rol die past binnen onze rechtsstaat. Er valt immers veel voor te zeggen dat naarmate de schending van de norm ernstiger is, het belang op enig moment een rechter in te schakelen groter is.

De transactie kan dan als een bijzondere en waardevolle wettelijke constructie blijven bestaan, waarbij vrijwillige acceptatie en het publiekrechtelijk karakter van de zaak goed samengaan.

Schikken met het OM moet ‘schikken’ blijven en niet voor de verdachte of de samenleving (onbewust) onconsensueel ‘slikken’. Met de woorden van Corstens tijdens voornoemde voordracht: onze samenleving moet niet vervallen tot anomie waarin normen, waarden en solidariteit ver zijn te zoeken!

Posted in: Strafrecht
Pieter van Vlaardingen 19 maart 2019 at 18:44
Als excuus voor schikking, is geld gebrek en capaciteit rechtsspraak. Zeer kwalijk in een rechtsstaat.