Swipe to the left

Sexting: private modus on/off

Print
Sexting:  private modus on/off
By 30 november 2017 10641 keer bekeken Geen opmerkingen

“Weer zo’n trend onder de jeugd, zal wel weer iets met die social media te maken hebben.” Klopt. U bent met dit blog in vijf minuten helemaal bijgepraat en op de hoogte van de nieuwste juridische ontwikkelingen die gaan over sexting.

Wat is sexting?
Sexting is het verzenden (en ontvangen) van seksueel getinte beelden of tekstberichten. Dit gebeurt vaak met de smartphone, via bijvoorbeeld Whatsapp of Facebook.

Juridische kwalificatie
Als het gaat om foto’s of filmpjes van iemand die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, kan sexting onder de strafbaarstelling van kinderporno in de zin van artikel 240b Sr vallen. Dit artikel luidt als volgt: "Met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren (..) wordt gestraft degene die een afbeelding (..) van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreidt, vervaardigt, in bezit heeft of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaft."

Naar de letter van de wet zou al het maken van dergelijk materiaal en het verzenden (aan elkaar) onder dit begrip kunnen vallen. Dit is echter niet wenselijk. Een strafrechtelijke vervolging is niet opportuun in het geval alles op basis van vrijwilligheid tussen twee minderjarigen gebeurt.

Op het moment dat minderjarigen echter afbeeldingen van zichzelf produceren omdat ze worden bedreigd, afgeperst, misleid of geïntimideerd wordt het een ander verhaal. Dit geldt ook als productie of verspreiding van afbeeldingen niet met toestemming of wetenschap van de afgebeelde minderjarige gebeurt. Denk hierbij aan de situatie dat een relatie is beëindigd of het verspreiden om de minderjarige te pesten of te intimideren. Strafrechtelijk ingrijpen lijkt meer aangewezen in het geval sprake is van kwade bedoelingen bij de productie of verspreiding van het materiaal of in gevallen waarin druk of dwang is uitgeoefend. Ernstige gevallen kunnen worden bestraft door toepassing van art. 240b Sr[1], terwijl voor minder ernstige zaken eventueel de gedraging kan worden gekwalificeerd onder art. 266 Sr (belediging) of 261 Sr (smaad).

Bij een minderjarige verdachte dienen ook de gevolgen van een vervolging te worden meegewogen bij het nemen van een vervolgingsbeslissing. Bij een vervolging en uiteindelijke veroordeling komt er immers een aantekening als zedendelinquent op de justitiële documentatie, hetgeen vergaande gevolgen kan hebben voor de ontwikkeling van de minderjarige verdachte. Zo kan de afgifte van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) in de toekomst worden geweigerd, waardoor de arbeidsperspectieven van de minderjarige behoorlijk worden beperkt.

De Leidraad afdoening sextingzaken
Bij het Openbaar Ministerie is sinds 1 november 2017 de Leidraad afdoening sextingzaken van kracht. Hierin wordt het proces beschreven vanaf het moment dat er melding wordt gedaan bij de politie tot de afdoeningsbeslissing van het OM.

Hoe ziet dit proces er precies uit?
Allereerst onderzoekt de politie de melding. Zij brengt in kaart wat de omstandigheden zijn, zoals de leeftijd en relatie van de (minderjarige) betrokkenen, het materiaal en de eventuele verspreiding daarvan, de mate van dwang/druk.

In het kader van het verdere opsporingsonderzoek wordt de melding aan de hand van deze gegevens nader gecategoriseerd:
Categorie I betreft zaken waarbij bijvoorbeeld sprake is van druk/dwang, een afhankelijkheidsrelatie en/of groot leeftijdsverschil, het heimelijke opnames betreft of een slachtoffer jonger is dan 12 jaar. Dan schrijft de Leidraad voor dat voor de onderzoeksrichting overleg dient plaats te vinden met het Openbaar Ministerie. Bij categorie 2 zijn er aanwijzingen voor andere motieven dan onder categorie I. Te denken valt aan pesten, smaad, laster of intimidatie. Bij deze bijzonderheden wordt contact met het Openbaar Ministerie opgenomen voor overleg over het onderzoek. Er vindt in ieder geval contact plaats met het Openbaar Ministerie vóór het inzenden van het proces-verbaal. Categorie 3 ziet op zaken waarbij het beeldmateriaal op basis van vrijwilligheid tot stand te is gekomen en er geen sprake is van categorie 1 of 2. Tijdens het opsporingsonderzoek hoeft er geen overleg plaats te vinden met het Openbaar Ministerie. De feiten onder categorie 1 zullen zich vanwege de ernst vaak lenen voor een vervolging.

Zaken onder categorie 2 komen over het algemeen in aanmerking voor HALT, een (voorwaardelijk) sepot, OM-afdoening of dagvaarding. Voor categorie 3 feiten is het strafrecht volgens de Leidraad niet bedoeld, maar wordt aanbevolen alternatieve interventiemiddelen toe te laten passen. Uit de Leidraad volgt dat bij de categorieën 1 en 2, naast de (buiten)strafrechtelijke afdoening, ook altijd alternatieve interventies dienen te worden overwogen. Enkele voorbeelden van dergelijke interventies die worden genoemd zijn mediation, voorlichting door instanties, het vrijwillig verwijderen van het materiaal of een groepsgesprek met alle betrokkenen. De gedachte hierachter is dat dergelijke interventies kunnen helpen bij het voorkomen of beperken van maatschappelijke onrust door toepassing op de (directe) sociale omgeving van betrokkenen. Ook slachtoffers kunnen hierbij gebaat zijn.

Nieuwe HALT interventie Sexting: Respect Online
Zoals zojuist aangegeven kan bij een minderjarige verdachte ook een HALT afdoening aan de orde zijn. Per 1 november 2017 heeft HALT – als pilot – een nieuwe interventie genaamd Sexting: ‘Respect online ingevoerd. Voor politie, het Openbaar Ministerie en de Raad voor de Kinderbescherming is een toeleidingshandleiding ontwikkeld. Het doel van de interventie is de minderjarige verdachte meer inzicht te laten krijgen in (de negatieve gevolgen van) zijn/haar gedrag en te zorgen dat er geen herhaling van dit gedrag plaatsvindt. De ouders worden ook betrokken bij deze interventie. De interventie is bedoeld voor jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar die lichte vormen van online seksueel grensoverschrijdend gedrag hebben vertoond. De minderjarige dient ook in te stemmen met deze HALT-interventie. In het geval de minderjarige jonger dan 16 jaar is moet er ook instemming van ouders zijn. Verder geldt dat het slachtoffer niet meer dan vijf jaar jonger is dan de minderjarige verdachte en de minderjarige verdachte het feit bekent (tenzij dit vanwege religieuze/culturele overwegingen niet aan de orde is). Daarnaast dient de minderjarige te voldoen aan de recidiveregeling HALT, hetgeen wil zeggen dat de minderjarige niet eerder naar aanleiding van een proces-verbaal van een misdrijf naar het Openbaar Ministerie is verwezen. Mocht de minderjarige al eerder zijn verwezen naar HALT dan kan het Openbaar Ministerie de minderjarige nogmaals (maximaal drie keer) naar HALT verwijzen.[2]

Er worden ook contra-indicaties gegeven. Zo mag er geen sprake zijn van een ongewenste totstandkoming, bezit of verspreiding of chantage (sextortion), dwang of misleiding. Als sprake is van een zedengeschiedenis, een (zware) problematiek bij de minderjarige, planmatig gedrag of (vermoedens van) hands-on seksueel overschrijdend gedrag dan kan de minderjarige evenmin in aanmerking komen voor deze interventie.

Hoe gaat de interventie in zijn werk?
De interventie begint met een startgesprek met de minderjarige. Vervolgens dient de minderjarige leeropdrachten te maken en worden deze in een vervolggesprek besproken. In dit vervolggesprek wordt ook met de minderjarige geoefend om excuses aan het slachtoffer te maken. Voorts komt er een oudergesprek met als doel in gesprek te gaan met hun kind over veilig online (seksueel) gedrag en het maken van afspraken. Vervolgens is het de bedoeling dat de minderjarige zijn excuses maakt aan het slachtoffer, bij voorkeur in de vorm van een excuus- of herstelgesprek. Tot slot vindt er een eindgesprek plaats waarbij afspraken worden gemaakt voor de toekomst, eventueel met extra ondersteuning of zorg. Wat ook voor andere interventies van HALT geldt, geldt ook hier: als de minderjarige verdachte het traject succesvol afrondt, dan krijgt hij geen aantekening in zijn justitiële documentatie.

Tot slot
Duidelijk is dat het specifieke geval en de wijze waarop de persoon op de afbeelding in zijn of haar belangen is geschaad bepalend is bij de afweging om wel of niet te vervolgen. Met deze informatie kunt u in ieder geval een (voorzichtige) inschatting maken over het te verwachten pad dat door politie en/of het Openbaar Ministerie zal worden bewandeld.

U kunt hiermee uw voordeel doen. Als de zaak en de persoon van de minderjarige verdachte zich daarvoor lenen, kunt u in een vroeg stadium in overleg proberen te gaan met politie en het Openbaar Ministerie over het vervolg. Niet alleen ‘sec’ het voorkomen van strafvervolging speelt daarbij mijns inziens een belangrijke rol, maar ook het pedagogische aspect van het jeugdrecht.

De praktijk is namelijk dat de minderjarige verdachte en het slachtoffer elkaar in het dagelijks leven nog op school of bij andere activiteiten tegen komen. De Leidraad onderschrijft alternatieve interventies, hetgeen ik alleen maar kan toejuichen. Het mooiste is natuurlijk als dit op eigen initiatief van de minderjarige verdachte al in een zo vroeg mogelijk stadium wordt aangegrepen. Dit kan door bijvoorbeeld de zaak aan te melden bij Perspectief herstelbemiddeling. Als het slachtoffer hier ook voor open staat, dan kan er via die weg gewerkt worden aan professionele en goed voorbereide bemiddeling tussen de minderjarige verdachte en het slachtoffer.

De vijf minuten zijn om.

[1] Dit ligt meer voor de hand bij een meerderjarige verdachte. Het blog beperkt zich tot de minderjarige verdachte.

[2] De minderjarige mag ook niet eerder een Halt-interventie gericht op sexting hebben doorlopen.

Posted in: Strafrecht