Swipe to the left

Staan cliënten in de toevoegingspraktijk straks in de kou?

Print
Staan cliënten in de toevoegingspraktijk straks in de kou?
By 21 december 2017 8267 keer bekeken Geen opmerkingen

De afgelopen tijd is de gefinancierde rechtsbijstand veelvuldig in het nieuws geweest. In dat kader las ik deze week een bericht over een advocaat die weigerde naar een pro forma zitting te gaan omdat hij te weinig betaald zou krijgen (lees: geen extra uren voor een megazaak). Op sociale media wordt uiteenlopend gereageerd: schaadt de advocaat hiermee het belang van zijn cliënt of is dit acceptabel en juist goed dat hij een dergelijk signaal afgeeft?

Kan dit zomaar zonder klachtwaardig te handelen?

Sommige advocaten gaan echter nog een stap verder en leggen de verdediging daadwerkelijk neer met als reden dat de werkzaamheden niet meer kostendekkend zijn. Zelfs in grotere zaken schijnt dit vlak voor een zitting te gebeuren. Kan dit zomaar zonder klachtwaardig te handelen?

De spelregels
Ter opfrissing van het geheugen: op grond van regel 9 lid 3 van de Gedragsregels dient de advocaat ervoor te zorgen dat de terugtrekking op zorgvuldige wijze geschiedt, waarbij de cliënt daarvan zo min mogelijk nadeel dient te ondervinden.

In geval van een (last tot) toevoeging dient de advocaat die is aangewezen blijkens artikel 13 lid 5 van de Advocatenwet op te treden of zich te laten waarnemen “zolang niet een gekozen raadsman is opgetreden of (...) een ander is aangewezen”. Met andere woorden: dan kan de advocaat de verdediging dus niet neerleggen zonder dat de cliënt een nieuwe advocaat heeft.

Zijn de belangen van de verdachte groter, dan ligt aanhouding in de lijn der verwachting

Enkele voorbeelden
Komt een verdachte zonder advocaat naar de zitting dan zal de rechtbank een afweging moeten maken: doorgaan zonder advocaat of de zaak aanhouden? Zijn de belangen van de verdachte groter, dan ligt aanhouding in de lijn der verwachting. Aanhouding of niet; de kans op een (gegronde) klacht blijft aanwezig, zo maken onderstaande voorbeelden wel duidelijk.

Met name wanneer de verdediging kort voor de zitting c.q. inhoudelijke behandeling neergelegd wordt, ligt een klacht op de loer

Allereerst een zaak waarin een opvolgende advocaat kort voor de zitting in hoger beroep een aanhoudingsverzoek deed om duidelijkheid te krijgen over het ingediende verzoek om extra uren. Uit financieel oogpunt weigerde hij verdere bijstand te verlenen aan een cliënt die veroordeeld was tot 9 jaar gevangenisstraf en TBS wegens (onder meer) poging moord. Het hof wees dit verzoek af en behandelde de zaak zonder de advocaat. Reden hiervoor was onder meer dat de verdachte al vier keer van advocaat was gewisseld, waarvan één keer in hoger beroep. De Hoge Raad casseerde vervolgens wegens schending van art. 6 EVRM. Eind goed al goed; naar mijn weten is er immers geen klacht ingediend en de zaak kan dus alsnog behandeld worden in aanwezigheid van een advocaat. Ik meen echter wel dat een klacht kans van slagen zou hebben (gehad). De advocaat stelt zijn eigen belang (financiën) namelijk boven het belang van diens cliënt en handelt bovendien in strijd met artikel 13 van de Advocatenwet.

Stadium van het proces
Met name wanneer de verdediging kort voor de zitting c.q. inhoudelijke behandeling neergelegd wordt, ligt een klacht op de loer.

Dat brengt mij op de bespreking van de zaak waarin de opvolgend advocaat dreigde met het neerleggen van de verdediging indien de zaak niet zou worden aangehouden. Reden hiervoor was ditmaal geen financieel belang, maar een drukke praktijk wegens zieke kantoorgenoten. Ook hier betrof het om een ernstige verdenking: meervoudige moord. Het hof wees het verzoek af: de datum van de inhoudelijke behandeling stond immers al vast op het moment van overname. Op de aankondiging de advocaat om de verdediging neer te leggen reageerde het Hof vervolgens dreigend:

“Naar het oordeel van het hof heeft de raadsvrouw in de onderhavige zaak op grond van artikel 13 van de Advocatenwet niet het recht om in dit stadium de verdediging neer te leggen. Indien de raadsvrouw deze stap wel zet, zal het hof ernstig moeten overwegen om dit aan de Deken van de Orde van Advocaten voor te leggen. Het hof is van oordeel dat de raadsvrouw gedurende de afgelopen zes weken het juiste gewicht aan deze zaak had moeten toekennen en deze zaak naar behoren had moeten behandelen. Het hof houdt de verdediging verantwoordelijk voor de thans ontstane situatie.”

Indien de advocaat de verdediging daadwerkelijk had neergelegd, had een tuchtrechtelijk verwijt op de loer gelegen. Hoewel in deze zaak financiën geen rol spelen, kan mijns inziens wel een parallel getrokken worden met dergelijke zaken waarin dat wel het geval is: hoe meer tijd de advocaat heeft gehad om duidelijkheid te krijgen over financiën, hoe groter de kans op een klacht indien de verdediging kort voor de zitting wordt neergelegd. De cliënt is uiteindelijk immers de dupe.

Met als gevolg dat de cliënt zonder rechtsbijstand op zitting verscheen en de zaak inhoudelijk werd behandeld

Tijdsverloop van twee jaar
Een ander voorbeeld is deze tuchtzaak waarin de toevoeging al twee jaar eerder was ingetrokken en hiertegen bezwaar gemaakt zou worden door de cliënt zelf. In de tussentijd bleef de advocaat echter bijstand verlenen zonder enige betaling of afspraken hierover. Pas twee weken voor de zitting stelde de advocaat diens cliënt voor de keuze om zelf te betalen of een andere advocaat te zoeken. Met als gevolg dat de cliënt zonder rechtsbijstand op zitting verscheen en de zaak inhoudelijk werd behandeld. De advocaat kreeg een waarschuwing opgelegd:

“Door aldus te handelen heeft verweerder niet tijdig de voor klager nodige duidelijkheid gecreëerd over de gevolgen van de intrekking en de voorwaarden waaronder hij zijn bijstand zou voortzetten, terwijl daar (...) wel ruim de gelegenheid voor was. Verweerder heeft het kennelijk op zijn beloop gelaten. Dat komt voor zijn rekening en risico.”

Conclusie
Eventuele gevolgen voor de rechtsbijstand in verband met een te lage vergoeding dienen ruim voor de zitting met de cliënt besproken te worden. Het verdient bovendien aanbeveling om dit schriftelijk vast te leggen, mocht er toch een klacht worden ingediend. Indien de verdediging alsnog kort voor de inhoudelijke behandeling wordt neergelegd, zal de advocaat klachtwaardig handelen. Het is immers zijn verantwoordelijkheid om hierover tijdig duidelijkheid te krijgen en te voorkomen dat de cliënt daarvan de dupe van wordt.

Overigens verwacht ik dat veel advocaten hun cliënten toch zullen blijven bijstaan omdat ze hen simpelweg niet in de steek willen laten. En dat is nou precies waar de overheid op rekent.

Posted in: Strafrecht