Swipe to the left

Straffen niet ‘passend en geboden’, maar nattevingerwerk

Print
Straffen niet ‘passend en geboden’, maar nattevingerwerk
By 12 december 2017 5177 keer bekeken Geen opmerkingen

Een van de eerste vragen van veel verdachten is: ‘Hoeveel straf staat hier op?’ Een makkelijk antwoord is om dan het strafmaximum te noemen. De vraag van de verdachte is echter om in te schatten hoe lang hij (of zij) moet zitten als er een veroordeling volgt. Dat is lastig. Strafmaat bepalen is zogenaamd maatwerk, waarbij allerlei factoren worden meegewogen zoals de persoon van de verdachte. Maar ook de persoon van de rechter is een factor van belang. Als ik eerlijk ben lijkt het bepalen van de strafmaat bij langdurige gevangenisstraffen nattevingerwerk, waarbij de rechter die ze oplegt bovendien onvoldoende zicht heeft op de netto detentieduur.

Mijn mond viel open van verbazing

Passend en geboden
Het openbaar ministerie eiste 6 jaar gevangenisstraf. Dat zou ’passend en geboden’ zijn. Mijn mond viel open van verbazing. Die zag ik niet aankomen. Onduidelijk was waar de eis op gebaseerd was. De strafduur kwam niet voort uit één of andere richtlijn. Soortgelijke zaken waren moeilijk te vinden, dus daar was de strafeis ook niet van afgeleid. De officier van justitie kon mij ook in repliek niet vertellen waarom 5 jaar niet genoeg was of waarom ze niet vroeg om bijvoorbeeld 7 jaar gevangenisstraf op te leggen. Waar kwamen die zes jaar toch vandaan? Voor mij kwamen ze uit de lucht vallen.

Ik vrees dat ik ook in het vonnis niet terug ga lezen waarom de rechtbank de op te leggen straf precies passend vindt. De rechtbank zal vast algemene overwegingen opnemen over de ernst van de feiten, de hoeveelheid aan feiten, de duur van de strafbare gedragingen, de proceshouding van cliënt en zijn strafblad, waarschijnlijk aangevuld met de opmerking ‘dat niet kan worden volstaan met een andere straf dan een langdurige gevangenisstraf.’ Maar een uitleg waarom een jaartje minder niet zou volstaan of waarom het niet nog een paar maanden meer is geworden lees je nooit.

Langdurige gevangenisstraffen zijn over het algemeen slecht onderbouwd nattevingerwerk

Hoe lang is dat dan zitten?
Langdurige gevangenisstraffen zijn over het algemeen slecht onderbouwd nattevingerwerk. Ze zijn voor slachtoffers en hun naasten bovendien nooit lang genoeg en voor de veroordeelde en zijn omgeving al snel veel te zwaar. Daarbij komt dat na het uitspreken van het vonnis niet meteen duidelijk is hoe lang de veroordeelde daadwerkelijk achter de deur moet. Dat komt grotendeels door de regeling voor voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) en de regeling voor strafonderbreking.

Sinds 2008 zijn de eisen die er aan een voorwaardelijke invrijheidstelling worden gesteld steeds strenger geworden. Doordat steeds meer en strengere voorwaarden aan de v.i. kunnen worden verbonden zijn de straffen feitelijk verzwaard. Bovendien lukt het lang niet alle gedetineerden om bijvoorbeeld een verblijfadres te hebben waar een enkelband kan worden aangesloten. Als die voorwaarde wel aan de v.i. wordt verbonden betekent dat in veel gevallen uitstel van de v.i., soms leidend tot afstel. De detentie duurt dan langer dan de rechter bij het wijzen van het vonnis had voorzien. De vraag in die gevallen is hoe de rechtbank dan bij het uitspreken van het vonnis kon bepalen wat ‘passend en geboden’ was en hoe de feitelijke straf zich tot dat oordeel verhoudt.

Straffen zijn bovendien niet voor iedereen gelijk

In het regeerakkoord staat bovendien dat veroordeelden niet meer automatisch in aanmerking zullen komen voor v.i. en dat deze gemaximeerd wordt op 2 jaar. Wanneer de regering dit gaat regelen en ten aanzien van welke vonnissen dit gaat gelden is nu nog onduidelijk.

Niet voor iedereen gelijk
Straffen zijn bovendien niet voor iedereen gelijk. Daarbij heb ik het niet alleen over de subjectieve beleving van de straf maar ook gewoon over het netto aantal dagen dat iemand achter de deur doorbrengt. Er bestaan grote verschillen in de feitelijke uitvoering van de detentiefasering en de daarbij behorende verloven. Deze verschillen zijn maar deels te verklaren door de gedragingen van de gedetineerden. Voor het overige zijn ze afhankelijk van buiten de gedetineerde gelegen factoren zoals bijvoorbeeld de mogelijkheid om verblijfsadressen te regelen of de capaciteiten van de Reclassering en de PI.

Bovendien komt niet iedereen meer in aanmerking voor de v.i.-regeling. Vreemdelingen zonder ‘bestendig rechtmatig verblijf’ komen in ieder geval niet in aanmerking voor de regeling. Ze zijn afhankelijk van de strafonderbrekingsregeling. De strafonderbreking kan worden aangeboden, dat hoeft echter niet. Er kan bijvoorbeeld van worden afgezien op basis van ‘de belangen van de slachtoffers waarmee rekening wordt gehouden of de mate waarin de rechtsorde gereageerd heeft op het door de vreemdeling gepleegde delict.’ Daarnaast kunnen lopende onderzoeken van politie en justitie zich tegen strafonderbreking verzetten.

Het zou te kort door de bocht zijn om te zeggen dat rechters maar wat doen

Toenmalig staatssecretaris Dijkhoff kondigde afgelopen juli aan dat hij de regeling voor strafonderbreking nog verder wilde aanscherpen: “De toepassing van de strafonderbreking moet duidelijker recht doen aan de belangen van slachtoffers en nabestaanden en van de samenleving. Om die reden ben ik voornemens om de regeling aan te scherpen door te verduidelijken welke factoren worden betrokken bij de beslissing om al dan niet strafonderbreking toe te staan. Daarbij doel ik op factoren als de aard, zwaarte, achtergronden en gevolgen van het gepleegde delict. Daarnaast zal ik duidelijker in de regeling aangeven in welke gevallen strafonderbreking niet aan de orde is.” Van die aanscherping is nu nog geen sprake, maar alles wijst erop dat die er in de komende jaren aan zal komen. Het is heel goed mogelijk dat die nieuwe regeling dan ook van toepassing is op vreemdelingen die nu veroordeeld worden.

"Ze doen maar wat"
Het zou te kort door de bocht zijn om te zeggen dat rechters maar wat doen. Ik geloof wel degelijk dat ze niet over één nacht eis gaan en wikken en wegen voor ze tot een oordeel komen. Ik heb er alleen moeite mee om te geloven dat dit een heel rationeel oordeel is waarvan rechters de feitelijke uitvoering kunnen overzien. Als het wel zo was zou het logisch zijn dat we die rationele overwegingen gekoppeld aan de kwantificatie daarvan zouden teruglezen in het vonnis. Dat gebeurt nu zelden.

Posted in: Strafrecht