Swipe to the left

Uw bruine beer en reuzenkangaroo moeten de deur uit, de Zwartrugagoeti mag blijven

Print
By 15 days ago 15405 keer bekeken Geen opmerkingen

Op 30 januari 2017 verscheen op de site van de rijksoverheid een nieuwsbericht, waarin de voorgenomen nieuwe positieflijst ‘huisdieren’ werd aangekondigd. Op die lijst staan alle zoogdieren die in Nederland gehouden mogen worden. Ik kom in mijn praktijk een bonte verzameling dieren tegen en het is alleen om die reden al interessant om, in mijn eerste blog, na te gaan wat nu precies de regels zijn waar het om het houden van dieren gaat. Daar komt bij dat het met de invoering van de dierenpolitie enkele jaren geleden vaker voorkomt dat dieren –soms letterlijk- lijdend voorwerp zijn in strafzaken. Ook kunnen dieren die bij doorzoekingen in ‘reguliere’ strafzaken worden aangetroffen, soms aanleiding geven ook tot vervolging over te gaan voor strafbare feiten ten aanzien van deze dieren. Ook daarom is het van belang na te gaan wat de gevolgen van deze wijzigingen per 1 juli 2017 zullen zijn.

Het verbod dieren te houden
Al voor de invoering van de Wet dieren was in de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD) een voorgenomen verbod op het houden van dieren opgenomen (artikel 33 van die wet). Dat artikel is uiteindelijk echter nooit in werking getreden. Aan invoering van het verbod ging een lange discussie vooraf. Toen uiteindelijk consensus bestond over de invoering, was de GWWD al achterhaald door de Wet dieren. In de Wet dieren is het verbod op het houden van dieren dus wel opgenomen. Artikel 2.2 lid 1 van de Wet Dieren bepaalt dat het verboden is dieren te houden die niet behoren tot de door de minister van Economische Zaken aangewezen diersoorten. Het houden van dieren die niet zijn aangewezen, is ingevolge artikel 8.11 lid 2 Wet Dieren een strafbare overtreding. Gelet op artikel 8.12 lid 4 is de maximale strafbedreiging hechtenis voor de duur van 6 maanden of een geldboete van de derde categorie.

Door de minister aangewezen diersoorten
Het maken van die lijst met aangewezen diersoorten heeft na invoering van de Wet Dieren nog enige tijd in beslag genomen en nogal wat voeten in aard gehad (zo valt ook te lezen in de toelichting op de nu voorgenomen lijsten: Staatscourant, 2017, 5558). De nu geldende versie is opgenomen als bijlage 1 bij de Regeling houders van dieren. Of een dier geschikt is voor plaatsing op de lijst, wordt beoordeeld aan de hand van de criteria die zijn opgenomen in artikel 1.4 Besluit houders van dieren.

Om tot de nu voorliggende positieflijst te komen is geïnventariseerd welke zoogdiersoorten in Nederland worden gehouden, op basis waarvan tot 276 diersoorten werd gekomen. Vervolgens is door de Positieflijst Expert Commissie (PEC), met artikel 1.4 Besluit houders van dieren als uitgangspunt, een technische beoordeling van deze zoogdieren uitgevoerd. Uit die beoordeling komt nu deze lijst van 123 aangewezen diersoorten voor, die gehouden mogen worden. De overige 153 dieren die in Nederland worden gehouden, mogen vanaf 1 juli 2017 niet meer worden gehouden. Het gaat daarbij dus onder andere om de bruine beer en de rode reuzenkangaroo. Voor deze dieren die niet meer gehouden mogen worden is een ‘positieflijst niet aangewezen diersoorten opgesteld’. Mensen die een dier hebben dat op die lijst staat, mogen dat dier houden tot het overlijdt, maar moeten dat melden en mogen met het dier niet fokken. Uw bruinbehaard gordeldier hoeft dus niet stante pede de deur uit.

Belangrijk om te weten is dat de wet uitgaat van een ‘nee, tenzij’ principe. Het is dus niet zo dat u dieren die niet op die positieflijst aangewezen diersoorten staan wel mag houden, u mag alleen dieren houden die wel op de positieflijst aangewezen diersoorten staan. Het houden van niet op die lijst voorkomende dieren is op grond van artikel 2.2 lid 1 Wet dieren verboden. De positieflijst niet aangewezen diersoorten is enkel opgesteld om aan te geven welke van die dieren die nu als huisdier worden gehouden, vanaf 1 juli 2017 niet meer mogen.

Verbod op gevaarlijke dieren
Daarnaast is het nog mogelijk dat in de toekomst specifieke dieren worden aangewezen die niet gehouden mogen worden op grond van artikel 2.2 lid 6 Wet dieren. Daarbij gaat het om dieren die een gevaar voor mens en dier op kunnen leveren. Ook onder de GWWD bestond een dergelijk verbod al. Op basis daarvan was enige tijd de regeling agressieve dieren van toepassing, op grond waarvan een verbod gold bepaalde honden te houden. Die regeling is per 1 januari 2009 ingetrokken, omdat die niet tot een vermindering van het aantal bijtincidenten leidde. Het is dus nog wel mogelijk dat dieren op grond van artikel 2.2 lid 6 worden aangewezen in de toekomst. Overtreding van dat verbod is overigens ingevolge artikel 8.11 lid 1 een misdrijf, waar op grond van artikel 8.12 lid 1 een gevangenisstraf van maximaal 3 jaar of een geldboete van de vierde categorie opstaat.

Conclusie
Voordat u een dier aanschaft is het dus raadzaam om na te gaan of het op de positieflijst voorkomt. Mocht dat niet het geval zijn en staat het dier ook niet op de lijst niet aangewezen diersoorten, dan kunt u overigens een verzoek indienen de diersoort aan te wijzen. Wordt een dier aangetroffen dat niet op de positieflijst aangewezen diersoorten staat, dan maakt u zich dus schuldig aan overtreding van artikel 2.2 lid 1 Wet dieren. Beschikt u nu over een dier dat op de positieflijst niet aangewezen diersoorten staat, dan moet u dus registreren dat u dat dier houdt, wilt u strafbare overtreding voorkomen.

Zoals gezegd geldt deze lijst enkel voor zoogdieren. Voor vogels, amfibieën en reptielen volgen later nog lijsten. Uw krokodil mag dus voorlopig gewoon blijven zitten waar die zit.