Swipe to the left

Vastgoed en btw – Kozuba ja, Kozuba nee?

Print
Vastgoed en btw – Kozuba ja, Kozuba nee?
By mr.drs. W.A.P. Nieuwenhuizen 20 juni 2018 2705 keer bekeken Geen opmerkingen

Voor mij is het meest belangwekkende btw-arrest van de afgelopen tijd de uitspraak in de zaak Kozuba. Enerzijds omdat het om onroerendgoedtransacties gaat en derhalve de financiële belangen voor de praktijk groot zijn, anderzijds omdat een eeuwig discussiepunt, ‘vervaardigd of niet’, vanuit een nieuw gezichtspunt wordt benaderd. In de vakliteratuur is een heel voorzichtig begin gemaakt met een discussie over dit arrest. De Nederlandse jurisprudentie rond het begrip ‘vervaardigen’ lijkt namelijk niet geheel in overeenstemming te zijn met het arrest van het HvJ, maar op de een of andere manier durven maar weinigen zich hierover echt ferm uit te spreken.

Beperkte invloed van het arrest?

De discussie over dit arrest is niet echt fel te noemen. Berkhuizen en Vroon komen min of meer tot de conclusie dat de gevolgen van het arrest voor de Nederlandse praktijk mee zullen vallen, terwijl Soltysik in zijn NTFR-commentaar opmerkt dat ‘voorzichtig … aangenomen’ zou kunnen worden ‘dat er eerder sprake kan zijn van een vervaardiging dan op basis van het in-wezen-nieuwbouw-criterium werd verondersteld’. Van Norden[4] zweeft hiertussenin door aan te geven moeilijk in te kunnen schatten wat het effect precies is. En tot slot is er Sanders[5], die voorspelt dat – in Nederland althans – ‘wanneer we nog eens een slordige vijfentwintig jaar verder zijn, we het nog steeds niet weten’, maar zich daarbij wel erg kritisch uitlaat over de jurisprudentie van de Hoge Raad.
Wat veroorzaakt toch deze voorzichtige behandeling? Waarom schetst niemand ingrijpende gevolgen voor de Nederlandse praktijk?
Alvorens daarover mijn mening te geven, zet ik eerst even uiteen – voor de wat minder in de btw ingewijden – waar de discussie over zou moeten gaan en waar de basis in onze regelgeving kan worden gevonden.

Nieuw of oud – dus: zwart of wit ... of kan grijs ook?

Een gebouw kan nieuw zijn, maar ook oud. Als een gebouw nieuw is, dan is de levering ervan belast met btw op grond van art. 11, lid 1, onderdeel a, 1°, Wet OB 1968 en treedt de vrijstelling overdrachtsbelasting van art. 15, lid 1, onderdeel a, WBR in werking. Is een gebouw daarentegen oud, dan is de levering ervan vrijgesteld van btw op grond van art. 11, lid 1, onderdeel a, Wet OB 1968 en leidt de verkrijging tot heffing van overdrachtsbelasting. Het is dus vaak of 21% (btw) of 6% (overdrachtsbelasting; in geval van woningen 2%). Omwille van de eenvoud behandel ik niet de mogelijkheid dat er ook een ‘én’-variant is. Maar iets ertussenin, dus een beetje 21% en een beetje 6%, lijkt niet te kunnen.

Dit is het eerste deel van een NTFR Opinie geschreven door mr.drs. W.A.P. Nieuwenhuizen. De volledige opinie kunt u hier inzien. Deze Opinie is opgenomen in NTFR nummer 25 van 21 juni 2018 (NTFR 2018/1385).


Blijf op de hoogte van onze blogs en meer door Sdu Fiscaal te volgen op LinkedIn
Posted in: Fiscaal Recht