Swipe to the left

Vereiste van minimale lichaamslengte bij de Griekse politie is indirecte discriminatie

Print
Vereiste van minimale lichaamslengte bij de Griekse politie is indirecte discriminatie

Onlangs oordeelde het Europese Hof van Justitie (ECLI:EU:C:2017:767) dat de vereiste lichaamslengte voor mannen en vrouwen bij de politie gelijk moet zijn. De regel dat Griekse agenten, ongeacht hun geslacht, minstens 1,70 meter moeten zijn is een vorm van indirecte discriminatie. Door deze regel worden meer vrouwen dan mannen benadeeld. In hoeverre is fysieke kracht nu een beroepsvereiste bij de politie en brandweer?

Wezenlijk en bepalend beroepsvereiste; fysieke kracht

Bepaalde fysieke eigenschappen kunnen een wezenlijk en bepalend beroepsvereiste zijn in beroepen waarbij een bepaalde fysieke kracht nodig is zoals bij de politie of de brandweer. Onderscheid op grond van bijvoorbeeld geslacht of leeftijd kan dan gerechtvaardigd zijn. De regel dat Griekse politieagenten - ongeacht hun geslacht - minstens 1,70 m. lang moeten zijn, is volgens het Europese Hof van Justitie indirect discriminerend omdat er veel meer vrouwen dan mannen door worden benadeeld. Vrouwen zijn immers gemiddeld minder lang dan mannen.

Deze indirecte discriminatie van de Griekse regeling is volgens het hof te rechtvaardigen als wordt aangetoond dat de voorgeschreven lengte noodzakelijk is voor een goede inzetbaarheid van de politieagent. Dat moet worden getoetst door een nationale rechter. Het hof overweegt dat bij bepaalde politiefuncties fysieke kracht is vereist, maar niet in alle politiefuncties, zoals het verlenen van bijstand aan de burgers of het regelen van het verkeer. Die functies vergen geen grote lichamelijke inzet. Bovendien staan lichaamslengte en fysieke kracht niet noodzakelijkerwijs met elkaar in verband.

Niet iedere functie bij de politie vereist fysieke kracht

Het Europese Hof van Justitie oordeelde eerder al dat een leeftijdsgrens van maximaal 30 jaar om in dienst te treden bij de plaatselijke politie van de gemeente Oviedo in Spanje niet noodzakelijk was, omdat niet was aangetoond dat voor de inzetbaarheid en de goede werking van het plaatselijke politiecorps een bepaalde leeftijdsopbouw vereist was. De taken van de plaatselijke politie bestaan vooral uit bescherming van de plaatselijke autoriteiten en het toezicht op hun gebouwen, het regelen van het verkeer, het verzorgen van de bewegwijzering en het verrichten van administratieve activiteiten. Het gaat dus niet om taken die een uitstekende fysieke geschiktheid vergen.

Het Europese Hof van Justitie overwoog dat daarvan in de zaak van de politie van de autonome regio Baskenland wél sprake was. In die zaak speelde de vraag of de door de Baskische politie gehanteerde leeftijdsgrens van maximaal 35 jaar om in dienst te treden toegestaan was. De leeftijdsgrens werd objectief gerechtvaardigd geacht omdat de taken van de Baskische politie naar hun aard een uitstekende fysieke geschiktheid vergen. Fysieke tekortkomingen kunnen bij de regiopolitie van Baskenland belangrijke gevolgen hebben voor de politieagenten zelf, derden en de handhaving van de openbare orde. Het ging hier dus om wezenlijk andere taken dan bij de plaatselijke politie in Oviedo.

Lichaamslengte is geen noodzakelijk middel: goede inzetbaarheid/fysieke kracht anders bepalen

Het doel van de Griekse regeling, te weten een goede inzetbaarheid, wordt legitiem geacht maar het gekozen middel (de minimale lichaamslengte) om dat doel te bereiken acht het hof niet noodzakelijk. Dat doel kan immers op een andere, niet of minder onderscheid makende wijze worden bereikt, zoals door middel van een individuele keuring of fysieke tests. Het meten van fysieke geschiktheid met een keuring of test was volgens het Hof Amsterdam ook de aangewezen weg voor de KNVB. Het hof oordeelde in 2000 dat de KNVB door middel van een uitgebreid instrumentarium (medische keuringen, conditietesten) kon toetsen of oudere voetbalscheidsrechters nog mee konden. Om die reden was het stellen van een rigide leeftijdsgrens van 47 jaar disproportioneel en daarmee niet geoorloofd.

De uitspraak met betrekking tot de Griekse regeling onderstreept dat de noodzaak tot onderscheid vervalt indien een individuele beoordeling van de geschiktheid mogelijk is, zoals door het afnemen van een test.

Test hoeft niet op maat te zijn

Over de vraag of een dergelijke test individueel op maat moet zijn heeft het College voor de Rechten van de Mens zich onlangs gebogen. Het ging om de zogenaamde brandweerlooptest die een veiligheidsregio in 2014 heeft ingevoerd als onderdeel van een preventief periodiek medisch onderzoek. Hiermee wordt onderzocht of de brandweermedewerker een voldoende belastbaar hartlongsysteem heeft. De test bestaat uit het beklimmen van 100 traptreden met een last van 42 kilo, gelijk aan het gewicht van de volledige brandweeruitrusting. Een 53-jarige vrouw behaalt de test tot twee keer toe niet en wordt tijdelijk ongeschikt verklaard waarna de vrouw haar ontslag indient. Er is volgens het College voor de Rechten van de Mens sprake van:

  • indirect onderscheid naar geslacht, omdat beduidend meer vrouwen dan mannen de test niet hebben gehaald in 2014 en 2016, én
  • indirect onderscheid naar leeftijd omdat uit de evaluatie van de test blijkt dat de jongere brandweermedewerkers de test sneller hebben volbracht.


Het doel van de test is het garanderen van de veiligheid van slachtoffers, collega’s en omgeving, zijnde de essentie van de bedrijfsvoering van de veiligheidsregio. Aan het doel is iedere discriminatie vreemd en dus legitiem. Het middel om het doel te bereiken, de brandweerlooptest, is geschikt en sluit beter aan op het werk van de brandweermedewerker dan de voordien gebruikte fietsconditietest. Ook meent het College voor de Rechten van de Mens dat het middel noodzakelijk is. De veiligheidsregio heeft voldoende onderbouwd dat met het differentiëren van de test naar geslacht en/of leeftijd (en dus het op maat aanbieden van de test) het doel niet wordt bereikt. Een brandweermedewerker moet op iedere collega, ongeacht diens leeftijd of geslacht, kunnen terugvallen.

Kortom: fysieke kracht niet allesbepalend bij politie en brandweer

Niet iedere functie bij de politie of brandweer vereist fysieke kracht. Dan zal een bepaalde leeftijd en/of een bepaalde lichaamslengte doorgaans niet noodzakelijk zijn. Er zijn bovendien andere manieren om fysieke geschiktheid te toetsen zoals medische keuringen of conditietesten. Als een dergelijke keuring of test niet met goed gevolg wordt afgesloten zal de betreffende werknemer of sollicitant zich daar bij neer moeten leggen en niet kunnen stellen dat sprake is van ongerechtvaardigde discriminatie. Het waarborgen van de veiligheid is immers belangrijk bij dergelijke openbare functies.

Meer Sdu blogs lezen over arbeidsrecht? Volg Sdu blog.

Posted in: Arbeidsrecht