Swipe to the left

Vergezichten vanuit Curaçao: Een doorbraak met herstelrecht, maar het bijzonder strafrecht nog als ‘blinde vlek’?

Print
Vergezichten vanuit Curaçao:  Een doorbraak met herstelrecht, maar het bijzonder strafrecht nog als ‘blinde vlek’?

Op dit moment zit ik (ondergetekende 1e auteur) om diverse redenen op Curaçao. Eén van de redenen is het geven van een gastcollege aan de University of Curaçao op maandag 3 september a.s. met als titel “Verdachten en daders tegenover ‘slachtoffers’: vergelding of herstel?” Internationaal is er namelijk belangstelling voor herstelrecht. Zo ook op Curaçao, blijkt uit een artikel eerder deze maand in het Antilliaans Dagblad met als kop ‘Aandacht OM voor herstelrecht’. Ter voorbereiding op dit college deed ik onderzoek naar de ontwikkelingen sinds het gastcollege dat ik met prof. Theo de Roos op 23 januari jl. verzorgde over dit onderwerp aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname. Die ontwikkelingen blijken er volop te zijn.

Restorative justice breekt door

Overal om ons heen is nu een positieve beweging merkbaar als het gaat om de uitbouw van herstelrecht (zie het Redactioneel in de recent verschenen Nieuwsbrief Strafrecht d.d. 10-08-2018, afl. 9, nr. 198 ‘Herstelrechtvoorzieningen in het Wetboek van Strafvordering: de stand van zaken drie jaar later’). In de rust van blue Curaçao is dit blog geschreven over de verdere ontwikkelingen van het gebouw van herstelrecht in Nederland, op de Nederlandse Antillen en daarbuiten.

De winst van mediation

Mediation in het strafproces is één van de mogelijke herstelrechtvoorzieningen (naast bemiddeling of een herstelconferentie). Mediation biedt ruimte aan de verdachte én het slachtoffer om naar aanleiding van de verdenking van het strafbare feit met elkaar in een veilige context in gesprek te komen over de toedracht, de verschillende ervaringen, de gevolgen of de consequenties. Mediation zorgt ervoor dat in strafzaken die zich ervoor geschikt blijken te zijn het strafproces meer wordt gericht op hervorming, berouw en verzoening. Er wordt toegewerkt naar een sfeer waarin mensen het slachtoffer en de dader het meest in staat zullen zijn waar mogelijk zaken te hervormen en helen. Mediation in strafzaken helpt.

Oud-hoogleraar Pompe zei het al: “Het zou de bedoeling van het strafproces en de straf moeten zijn om de dader te bevrijden van de schuld en hem niet vast te spijkeren aan zijn daad”. De betrokkenen in een mediation krijgen de positieve kans ervaringen uit te wisselen, vragen te stellen of te beantwoorden. Als het mogelijk en gewenst is, bestaat er ruimte om bijvoorbeeld excuses aan te bieden of afspraken te maken hoe in de toekomst met elkaar om te gaan. De eventuele ‘schade’ krijgt ook aandacht. Naast het slachtoffer en de verdachte of dader is óók de gemeenschap - waarbij het om meer mensen gaat dan de achterblijvers - op de achtergrond aanwezig in een mediation. De gemeenschap is de samenleving, die uiteindelijk ook baat heeft bij een geslaagd mediationtraject. Recent schreef de 1e auteur van dit blog over een als het ware optimale fruitpluk door togadragers en mediators in strafzaken wanneer een mediationtraject slaagt (“Het wringt in het strafrecht: over ‘laaghangend en hooghangend fruit’”, in: Tijdschrift voor Herstelrecht 2018 (18) 2, p. 43-47).

Een voorbeeld. Twee bejaarde buurmannen hebben al jaren ruzie. Dan gaat het mis. De ene buurman slaat de andere buurman met een stok op zijn hoofd. Wat nu: inzetten op de kwalificatie poging tot doodslag, óf allereerst het gesprek proberen mogelijk te maken tussen de buurmannen onder leiding van een mediator die inzet op een sfeer die opening geeft tot verzoening? De buurmannen weten dat ze met elkaar verder moeten. Dat staat vast. Wat winnen de buurmannen ermee als één van de tachtigers wordt vastgespijkerd aan zijn daad en een tijdje achter slot en grendel gaat?

Veel professionals in het strafrecht en burgers begrijpen dat in een casus als deze straffen ultimum remedium zou moeten zijn in plaats van primum remedium. Overigens blijven nog steeds de klassieke functies van het OM en de rechter volledig intact. Herstelrechtvoorzieningen krijgen alleen prioritair onderzoek, ongeacht beperkingen (op voorhand) wat betreft de aard van de strafbare feiten. De officier van justitie en de rechter houdt vervolgens rekening vanuit ieders rol met het mediationresultaat.

Mediationpraktijken in het strafrecht (al dan niet bij tussenkomst van de rechtbanken en hoven) zijn tegenwoordig aan de orde van de dag in Nederland. Belangrijk is namelijk te beseffen dat de herstelgerichte oriëntatie en werkwijze nu al, op grond van het huidige straf(proces)recht, mogelijk is. Op dit moment geldt namelijk art. 51h Sv en bij alle rechtbanken en hoven in Nederland zijn zgn. mediationbureaus om onderzoek te doen of mediation mogelijk is ingericht.

De officier van justitie of een rechter kan er zelfstandig voor kiezen de verdachte en het slachtoffer (aangever) een aanbod mediation te laten doen, maar meestal is het nog de advocaat van de verdachte of soms de slachtofferadvocaat die het als eerste aan de orde stelt.

De nieuwste ontwikkelingen

1.
In juni 2018 is een (ingrijpend) herziene versie van een proeve van wetgeving verschenen, met als doel herstelrechtvoorzieningen en waarborgen binnen het mediationproces in te voeren in het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Investeren in herstelgericht werken blijkt te worden terugverdiend (Jacques Claessen e.a., ‘Voorstel van Wet strekkende tot de invoering van herstelrechtvoorzieningen in het Wetboek van Strafvordering, inclusief Memorie van Toelichting’. Oisterwijk: Wolf Legal Publishers 2018, p. 35-37).

De Vaste Kamercommissie voor Justitie & Veiligheid en de Minister voor Rechtsbescherming Sander Dekker kregen de herziene versie aangeboden. Een goede timing, want in het Nederlandse Regeerakkoord staat al dat er ruimte moet komen voor herstelrecht.

Een eerste positief geluid op de herziene versie volgde met een brief van de Minister van 11 juli jl. waarin hij duidelijk maakt dat buitengerechtelijke geschilbeslechting en herstelrecht een warm hart wordt toegedragen. De Minister wil daarvoor een extra financiering vrijmaken. De Minister onderkent het belang om vanuit ‘de lessen uit de huidige praktijk’ te komen tot een beleidskader ter waarborging van de kwaliteit en de belangen van het slachtoffer, de verdachte en de samenleving.

2.
Er zijn prachtige voorbeelden te zien in de strafrechtspraak van de afgelopen maanden, waarin herstelrecht van toegevoegde waarde bleek in zaken. Wij noemen enkele voorbeelden.

In de zaak van de Rechtbank Amsterdam d.d. 27-03-2018 (ECLI:NL:RBAMS:2018:1795) werd de verdachte vrijgesproken van art. 6 WVW, omdat het enkel niet waarnemen van een inhalende bromfietser door een fietser die het voetpad wilde opfietsen wel als een ernstige verkeersfout kan worden aangemerkt, maar onvoldoende is voor schuld in de zin van dit artikel. De rechtbank overwoog dat verdachte ter zitting, maar ook daarvoor tijdens een mediationtraject heeft laten blijken zich zeer bewust te zijn van de grote gevolgen van het verkeersongeval en dat zijn verkeersgedrag hierdoor is beïnvloed. De verdachte werd veroordeeld voor 5 WVW tot een ‘kale’ taakstraf.

In de zaak van het Hof Amsterdam d.d. 29 januari 2018 (ECLI:NL:GHAMS:2018:899) is een mediationtraject met goed gevolg doorlopen tussen twee ex-partners. De verdachte werd verdacht van bedreiging en vernieling. Het hof hield in het voordeel van de verdachte rekening met het resultaat van het (strafrechtelijke) mediationtraject waaraan de verdachte en zijn ex-partner hebben deelgenomen. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte zich (net als zijn ex-partner) bereid verklaard ook na afloop van geldigheid van de huidige mediationovereenkomst de gemaakte afspraken in stand te houden. Het hof heeft een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd met als bijzondere voorwaarden een locatie- en contactverboden.

In de zaak van het Hof Den Haag d.d. 6 juni 2018 (ECLI:NL:GHDHA:2018:1504) ging het om een verdachte die een baksteen door een raam van aangeefster had gegooid, waardoor dat raam is vernield. Verdachte en aangeefster zijn buren en zijn - nadat zij eerst bevriend waren met elkaar – al jaren verwikkeld in strijd. Het hof hield de zaak aan voor mediation. Een vaststellingsovereenkomst, waaruit blijkt dat de mediation is geslaagd, is in het geding gebracht. De problemen waren opgelost. Het hof heeft gelet op de geslaagde mediation volstaan met oplegging van een geheel voorwaardelijke taakstraf.

3.
In het lezenswaardig rapport van HiiL (The Hague Institute for Innovation of Law) d.d. 21 augustus 2018 met de veelzeggende titel “Het ergste hanteerbaar: Ruimte voor menselijk strafrecht” wordt opgemerkt dat het omgaan met de ergste gebeurtenissen het beste uit mensen boven zou moeten brengen. Het gaat hier over een grote groep mensen: uitdrukkelijk óók de advocaat, rechter en officier van justitie. Volgens de auteurs van het rapport is de pijn in het huidige strafrechtsysteem groot. De strafrechtspleging kan meer van de samenleving zijn: dichter bij wat mensen nodig hebben, menselijker en opener. Voor een vernieuwde strafrechtspleging zou nodig zijn dat de exclusiviteit van juristen wordt doorbroken. Er is een grote beweging noodzakelijk, zo concluderen de auteurs van het rapport. Wij zullen ongetwijfeld de komende tijd meer horen naar aanleiding van het rapport.

Doorontwikkeling van het gebouw van herstelrecht

Er zijn nog volop ontwikkelingskansen. Expliciete regels van herstelprocesrecht zijn noodzakelijk en inmiddels uitgedacht, maar moeten nog worden overgenomen door de wetgever. Aanklagers, advocaten en rechters lijken nog te moeten wennen aan een meer open mensbeeld om het strafrecht met inzet van herstelrecht meer dan nu te humaniseren.

Het ideaal zou zijn een zorgvuldige strafrechtspleging waarin aan de belangen van zowel slachtoffers als verdachten en veroordeelden recht wordt gedaan. Dat vraagt nog om tijd en inzicht bij alle betrokkenen in en rondom het strafproces. Van belang is het besef dat vanwege de publieke functie van het strafrecht ook voldoende aandacht nodig is voor zinvol straffen met het oog op resocialisatie van de dader.

Een door HiiL genoemde positieve beweging is al jaren geleden begonnen met de opkomst van herstelgericht werken in de strafpraktijk. Nationaal en internationaal is nu eindelijk een doorbraak aanstaande.

Het duurt niet lang meer of binnenkort zijn in de praktijk tussen de arrondissementen niet langer verschillen te zien. Expliciete regels van herstelprocesrecht zijn dan vastgelegd en goed geïnformeerde raadslieden, agenten, aanklagers en rechters hebben leren werken met een solide gefundeerd gebouw van herstelrecht.

‘Blinde vlek’?

Ondertussen zijn wij benieuwd naar voorbeelden in de rechtspraak waar herstelrecht succesvol is toegepast in niet-commune strafzaken, dus zaken op het terrein van het bijzonder strafrecht zoals het ondernemingsstrafrecht, fiscaal strafrecht en financieel strafrecht. Op het eerste gezicht ligt toepassing van herstelrecht in dit soort zaken minder voor de hand, maar het zou waardevol kunnen zijn voor de primaire conflictpartijen en de gemeenschap. Afhankelijk van de specifieke zaak zou herstelrecht in beginsel ook in dit soort strafzaken van toegevoegde waarde kunnen zijn. Op rechtspraak.nl zijn met gebruik van enkele zoektermen niet recente voorbeelden te vinden en ook in de literatuur is hierover weinig beschreven. Is hier sprake van een ‘blinde vlek’?

Wij zijn benieuwd naar input van de lezers van dit blog.

Vanuit Curaçao: Te otro bia!

Meer lezen van deze auteurs over herstelrecht en mediation?

  • De proeve van bekwaamheid: een pleidooi voor herstelrecht over de meerwaarde en kansen van mediation in strafzaken
  • Het wringt soms in het strafrecht. Durf juist dan de toga tijdelijk aan de wilgen te hangen! over het geven van ruimte aan de mediator
  • Posted in: Strafrecht