Swipe to the left

Zakendoen met justitie

Print
Zakendoen met justitie
By 4 maanden geleden 5515 keer bekeken Geen opmerkingen

De Zembla aflevering ‘zakendoen met justitie’ van 28 februari 2018 (zie: https://www.npo.nl/zembla/28-02-2018/BV_101386413) biedt een opeenstapeling van vooroordelen over het treffen van transacties tussen verdachten en het Openbaar Ministerie. Over de transactiepraktijk schreef ik naar aanleiding van een NRC bijdrage van F. Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak (zie: https://www.nrc.nl/nieuws/2017/04/18/schikkingen-blijven-in-achterkamertjes-bij-de-rechter-ziet-burger-wat-er-gebeurt-8281012-a1555040) al eerder (zie: http://www.njb.nl/blog/de-grenzen-van-de-strafrechtelijke.23069.lynkx).

De Libor transactie in de spotlight en dus niet in de achterkamer
Ook in de Zembla uitzending komt Bakker aan het woord. De term "achterkamertjes" valt (als je maar vaak genoeg herhaalt) vaak. Bakker zegt over transacties "het wordt buiten het publiek om geregeld, dat noemen wij in Nederland een achterkamertje". Doelbewust wordt de transactiepraktijk in een kwaad daglicht gesteld. De opmerking van Bakker is in het licht van de Libor kwestie, waar de quote op volgt, overigens wel bijzonder. Immers juist de Libor transactie is in het kader van een artikel 12 klacht (waarmee transacties achteraf dus wel degelijk getoetst kunnen worden) onderworpen aan een rechterlijk oordeel. "Hoewel het Hof van mening was dat de rechtsorde en de ‘voor de financiële markten en alle deelnemers zo noodzakelijke rust en vertrouwen’ ernstig zijn geschaad, vond het ook dat het voorleggen van de zaak aan een strafrechter geen toegevoegde waarde meer zou hebben. De strafrechter kan volgens het Hof namelijk niet veel meer doen dan een boete opleggen. Kritiek op de toenmalige bestuurders is op zijn plaats. Maar, zo stelt het Hof, ten aanzien van hen kan niet vastgesteld worden dat zij ‘opzettelijk en uit eigen gewin of ernstig nalatig hebben gehandeld’. Daarnaast zou een strafrechtelijk onderzoek moeten worden ingesteld dat in aanzienlijke mate wordt gehinderd door wat, al dan niet zonder strafrechtelijke waarborgen, aan (ander) onderzoek is geschied." Op die rechterlijke beslissing zelf en op de motivering daarvan kan minst genomen wel wat worden afgedongen (Hof Den Haag 19 mei 2015, ECLI:NL:GHDH:2015:1204, NBSTRAF 2015/119, m.nt. J.T.C. Leliveld en AB 2018/28 met noot P.J. Stolk, citaat is uit laatstgenoemde noot). Misschien was terughoudendheid ten aanzien van de Libor transactie voor Bakker passender geweest.

De effectiviteit van transacties
In de Zembla uitzending is er niets tussen een rechtszaak en een achterkamertje. Een rechtszaak is dan beweerdelijk goed en een transactie slecht. Dat is mijn grootste bezwaar.

In de uitzending wordt als argument voor het Openbaar Ministerie voor het afdoen via transacties snelheid genoemd. Of beter gezegd, het gebrek aan efficiency bij de rechtbanken. Dit is een legitiem argument.

Het belangrijkste argument voor het aanbieden van een transactie is echter, dat een transactie dikwijls eenvoudigweg de beste wijze van afdoen is. Dit argument zit verscholen in het antwoord van hoofd officier van justitie Bloos, wanneer zei zegt, dat een transactie "effectief is". Ter toelichting hierop het volgende. Bij een digitaal proces -tegenwoordig noemen we dat vaak een toernooi model - zullen de vizieren gesloten zijn. Om in dezelfde terminologie te blijven, het is vaak een ‘up hill battle’ voor de verdediging. Ook bij een transactie is sprake van een ongelijke strijd: er is voor bedrijven veel te verliezen. De bereidheid om tot relevante afspraken te komen is groot. Het maatschappelijk effect van een transactie kan daarmee vele malen groter zijn, dan het effect van een veroordeling. Dit positieve effect van een transactie is ten onrechte in het geheel niet in het voetlicht komen te staan. Het zal geen toeval zijn dat het OM zich onlangs zelf ook uitvoeriger over de transactiepraktijk heeft uitgelaten (zie: https://www.om.nl/@102269/transacties/). Daar wordt meer invulling gegeven aan de effectiviteit van transacties. Het zal geen verbazing wekken, dat vanuit verdedigingsperspectief ten aanzien van de bijdrage van het OM het nodige op te merken valt. Ik verwijs hiervoor bijvoorbeeld naar de bijdrage van Madelon Stevens (zie: https://fd.nl/opinie/1244096/liever-naar-de-rechter-dan-veroordeeld-door-het-openbaar-ministerie). Het is goed dat er een discussie over transacties plaatsvindt.

In de betreffende aflevering van Zembla spreekt voormalig president van de Hoge Raad Corstens terecht zijn zorg uit, dat de burger niet het nakijken moet hebben bij transacties. De (beweegredenen van een) transactie moet(en) inzichtelijk zijn. De kwaliteit van de publieke verantwoording van transacties is door de jaren heen ontegenzeggelijk verbeterd. Soms slaat het Openbaar Ministerie tegenwoordig zelfs door. Een transactie terzake een eenvoudig verwijt vraagt niet dezelfde uitleg als die van een complexe grootschalige fraude.

In de aflevering van Zembla wordt in het licht van de openbaarheid voornamelijk aandacht besteed aan het Wob-verzoek dat zag op hoge transacties. Via dit Wob verzoek is inzage gevraagd in de totstandkoming van een groot aantal transacties. Zembla wekte de indruk dat daaruit zou blijken dat sprake zou zijn van geheime afspraken. Eerder schreef ik al over de uitkomst van dit Wob-verzoek (zie: https://www.sdu.nl/blog/beslissing-wob-verzoek-hog...). Onder meer ging ik in op de uitvoerig gemotiveerde weigeringsgronden. Tegen de Wob-beslissing zou bezwaar kunnen worden gemaakt en stond de gang naar de rechter dus open. Het is mij onbekend of hiervan gebruik is gemaakt. Voor de uitzending volstaat Zembla met een tendentieuze vraag aan Corstens "waarom moet dit geheim blijven?". Zijn antwoord stelt mij teleur: "Het kan zijn dat het betrokken bedrijf zegt van ik wil dat alleen maar doen onder deze voorwaarde… ". Bedrijven hadden echter uiteraard niets van doen met het Wob-verzoek. Dit verzoek richtte zich tot de Minister. Het antwoord kan daarom niet kloppen. Ook heb ik nooit meegemaakt, dat "geheimhouding" onderdeel uitmaakte van een transactie. Iets anders is dat partijen gedurende in de aanloop om mogelijk te komen tot een afspraak met elkaar moeten kunnen overleggen zonder – behoudens bij excessen – tegengeworpen te kunnen krijgen dat zij toch al hadden aangegeven, dat zij bij verwijt 1 foutzaten. Als het niet tot een transactie kan komen, moet op dat onderdeel nog een verweer kunnen volgen.

Kritisch debat

Het is duidelijk dat er behoefte is aan een kritisch debat over (de toekomst van) transacties. Waar niemand evenwel behoefte aan heeft, is aan quasi serieuze journalistiek die niet verder komt dan het voorportaal.


Posted in: Strafrecht