Swipe to the left

Zwarte omzet

Print
Zwarte omzet
By mr. Peer Caljé 13 juli 2017 1430 keer bekeken Geen opmerkingen

Een samenwerkingsverband ontploft als blijkt dat X omzet heeft verzwegen. X en zijn partner Y werken samen binnen dit samenwerkingsverband maar hebben ieder een eigen omzetverantwoording. Van de verschillende strategieën die er bestaan, kiest X de frontale aanval. Bij de FIOD geeft X aan dat er omzet is verzwegen en dat Y daarvan op de hoogte was. X viel daarmee een flinke belastingheffing te beurt maar die was minder hoog dan als hij ‘volledig’ had bekend. Immers, een gedeelte van de zwarte omzet werd nu bij Y nageheven. Kortom, een pyrrhus-overwinning voor de Belastingdienst die in deze zaak zowel X als Y niet erg kritisch benaderde. X schikte zijn zaak met de Belastingdienst en het Openbaar Ministerie.

Administratie

Y koos daarop ook de aanval maar minder frontaal. Hij ontkende en bestreed de aanslagen en de tenlastelegging. Het bewijsmateriaal was namelijk niet eenduidig en bovendien beschikte Y naar eigen zeggen, in tegenstelling tot X, over de boekhouding van zijn omzet. Y kon zo de volgens X bij Y zwart gebleven omzet weerleggen. De FIOD had deze boekhouding echter niet aangetroffen tijdens een doorzoeking. Bovendien hoef je bepaald geen expert te zijn om te begrijpen dat digitale administratie te manipuleren is. Overigens net zo als dat met de papieren administratie kan.
Voor zover te beoordelen was de administratie volledig en bovendien zo omvangrijk dat manipulatie erg moeilijk of onmogelijk zou zijn. Y stond pal voor zijn administratie.
Op basis van de administratie en overige gebreken in de verklaring van X, en het onderzoek van de FIOD, kon de vlucht naar voren van X worden ontmaskerd. Nadat de Belastingdienst de administratie accepteerde, vervielen de fiscale correcties en daarmee viel ook de zaak van het Openbaar Ministerie in duigen. ‘Case closed’, of toch niet?

Bedankkaart

Enkele jaren later, met de zaak allang verdrongen uit het geheugen, viel er plots een bedankkaart in de brievenbus. Een aanleiding leek te ontbreken, tot dat bleek dat de briefkaart kort na het einde van de navorderingstermijn was gepost. De zaak die al ten einde was, was voor kennelijk Y toen pas definitief ten einde. Had Y redenen gehad om te denken dat de Belastingdienst nog feiten zou kunnen ontdekken die tot het ‘openbreken’ van de zaak aanleiding hadden kunnen geven? Automatisch gingen de gedachten terug naar de administratie die tevoorschijn was gekomen.

Dit bracht mij op de vraag die soms wordt gesteld. Geloof jij je cliënten? Een kort antwoord op een moeilijke vraag: soms niet, soms wel en soms weet je het gewoon niet. Een geheel andere discussie is natuurlijk of dit ‘geloof’ van belang is. Daarover wellicht een andere keer meer.

mr. P.A. (Peer) Caljé
Andringa, Caljé
De Jager & Schoonbeek Advocaten

Deze blog is eerder verschenen in BelastingZaken magazine 2017, nr. 2 in de rubriek In de problemen.


Blijf op de hoogte van onze blogs en meer door Sdu Fiscaal te volgen op LinkedIn
Posted in: Fiscaal Recht