12. De uitspraak, 12.9.6. Toepassing van art. 6:119 BW(Ziekte en re-integratie)

Deze paragraaf is bijgewerkt tot 5 juli 2017 door mr. J.E. Jansen

In de situatie waarin het ziekengeld ten onrechte werd stopgezet, werd aangesloten bij de destijds geldende wettelijke regeling omtrent de uitbetaling van ziekengeld. Wat de ingangsdatum van de berekening van wettelijke rente in geval van herziening of intrekking van een uitkering op grond van de AAW en de WAO betreft, neemt de Centrale Raad van Beroep omwille van een praktische en eenvormige rechtstoepassing tot uitgangspunt dat het juiste bedrag aan uitkering had moeten zijn uitgekeerd uiterlijk op de laatste dag van de maand waarin de datum valt met ingang waarvan de uitkering ten onrechte is ingetrokken of naar een te lage arbeidsongeschiktheidsklasse is herzien (CRvB 1 november 1995, AAW/WAO 94/307, JB 1995/314, ECLI:NL:CRVB:1995:ZB1495).

Mede naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Vierde Tranche van de Awb heeft de Centrale Raad van Beroep zich nader op zijn jurisprudentie met betrekking tot de ingangsdatum van verschuldigde wettelijke rente beraden. Voor zover geen sprake is van specifieke algemeen verbindende voorschriften – anders dan de algemene bepalingen van Titel 4.4 van de Awb – met betrekking tot het tijdstip waarop deze periodieke betalingen moeten worden verricht, neemt de Raad voortaan, omwille van een praktische en eenvormige rechtstoepassing, mede gezien het forfaitaire karakter van wettelijke rente, tot uitgangspunt dat de wettelijke rente gaat lopen op de eerste dag van de kalendermaand volgende op de maand (of het andere tijdvak) waarop de periodieke betaling betrekking heeft. Indien het niet gaat om reeds lopende periodieke betalingen, maar om een eerste toekenning of om een wijziging van een…

Verder lezen
Terug naar overzicht