Naar de inhoud

3. Instrumenten voor werklozen met een WW-uitkering, 3.8.8. Herleving van het werknemerschap(Werkloosheid)

Deze paragraaf is bijgewerkt tot 3 maart 2014

Art. 8, lid 2, WW bevat een regeling die van belang is voor de werknemer die na de startperiode van 26 weken besluit de zelfstandige werkzaamheden voort te zetten, maar later toch in de problemen komt. Als hij de zelfstandige werkzaamheden alsnog staakt binnen de in art. 8, lid 2, WW geregelde herlevingstermijn, krijgt hij van rechtswege de status van werknemer terug en kan hij terugvallen op de resterende WW-rechten. Hij moet dan wel volledig stoppen met zijn zelfstandige bedrijf of beroep.

Duur van de herlevingstermijn

Sinds 1 juli 2006 is de herlevingstermijn gelijk aan de duur van de WW-uitkering (dus maximaal 38 maanden), met een minimum van anderhalf jaar. De herlevingstermijn begint te lopen nadat de startperiode van 26 weken is verstreken, want pas vanaf dat moment is de zelfstandige geen werknemer in de zin van de WW meer.

Het werknemerschap herleeft alleen als de zelfstandige werkzaamheden volledig zijn beëindigd

Volgens de Centrale Raad van Beroep kan art. 8, lid 2, WW alleen worden toegepast, als de zelfstandige zijn werkzaamheden volledig heeft beëindigd. Uit de tekst van art. 8, lid 2, WW valt dit niet meteen af te leiden, maar de Raad baseert zijn standpunt op de wetsgeschiedenis (CRvB 8 december 1992, nr. WW-R 1991/7, RSV 1993/106). Dat betekent dat het niet mogelijk is om het werknemerschap gedeeltelijk terug te krijgen, bijvoorbeeld wanneer de zelfstandige besluit om op minder uren als zelfstandige te gaan werken, of wanneer hij minder opdrachten krijgt. Pas wanneer…