3. Procedurele verplichtingen, 3.3. De probleemanalyse en het re-integratieadvies(Ziekte en re-integratie)
Deze paragraaf is bijgewerkt tot 3 maart 2014
Op grond van art. 2, lid 2, Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar is de werkgever verplicht om, als de bedrijfsarts/arbodienst verwacht dat er sprake is van dreigend langdurig ziekteverzuim, binnen zes weken na de eerste ziektedag de bedrijfsarts/arbodienst een oordeel te vragen over het desbetreffende ziektegeval. Om er zeker van te zijn dat dit oordeel tijdig wordt afgegeven, kan men het beste in de vierde of vijfde ziekteweek al opdracht geven dit oordeel op te stellen. Bij ‘dreigend langdurig ziekteverzuim’ gaat het om verzuim met kans op instroom in de WIA. Als er sprake is van kortdurend ziekteverzuim is een uitgebreide probleemanalyse niet nodig. In de praktijk stelt de arbodienst of bedrijfsarts dan een beknopte probleemanalyse op. De werkgever beschikt dan in ieder geval over een schriftelijk document, waaruit blijkt dat hij heeft voldaan aan zijn administratieve verplichtingen. Dit kan hij eventueel aan het UWV of de private verzekeraar opsturen, als daarom gevraagd mocht worden. Een uitgebreide probleemanalyse is ook niet nodig als de aard van de ziekte zodanig is, dat er geen re-integratiemogelijkheden zijn. Bijvoorbeeld als de werknemer een hoge dwarslaesie heeft opgelopen of als hij in een terminale fase van zijn ziekte verkeert.
3.3.1. Binnen zes weken
Het oordeel van de arbodienst/bedrijfsarts moet gereed zijn binnen zes weken na de eerste ziektedag. Dit is de hoofdregel. Hiervan kan worden afgeweken. Stel bijvoorbeeld dat…