5. Motivering van besluiten, 5.8. Beleid(Volksverzekeringen)

Deze paragraaf is bijgewerkt tot 5 juli 2017 door mr. J.E. Jansen

Ter motivering van een besluit kan ook worden verwezen naar een vaste gedragregel (beleid). Dat kan echter alleen als dat beleid is neergelegd in een beleidsregel (art. 4:82 Awb). Slechts dan is controleerbaar of overeenkomstig dat beleid is besloten, een beleidsregel moet immers bij besluit worden vastgesteld en een besluit moet worden bekendgemaakt (zie art. 1:3 Awb, hoofdstuk 1, en art. 3:42 Awb, hoofdstuk 8).

Het bestuursorgaan moet overeenkomstig de beleidsregel handelen, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen (art.4:84 Awb). Dit laatste wordt de inherente afwijkingsbevoegdheid genoemd.

Zodra een beleidsregel een rol speelt, toetst de rechter allereerst of het beleid redelijk is. Een voorbeeld van een uitspraak waarin het (kwijtscheldings)beleid niet redelijk werd beoordeeld, is CRvB 23 maart 2010, nr. 08/5910 WWB, USZ 2010/133, ECLI:NL:CRVB:2010: BM1313 (zie ook CRvB 19 januari 2016, nr. 14/4582 WWB, USZ 2016/71 en JB 2016/67, ECLI:NL:CRVB:2016:271).

Vervolgens wordt getoetst of overeenkomstig dat beleid is besloten en of er eventueel grond is om ten gunste van de betrokkene van dat beleid af te wijken. Voorbeelden waarbij de Centrale Raad van Beroep vond dat gebruik moest worden gemaakt van de inherente afwijkingsbevoegdheid zijn CRvB 22 juni 2005, …

Verder lezen
Terug naar overzicht