Aanslag erfbelasting naar onjuiste tariefgroep geen gevolg van fout als in art. 16, lid 2, onderdeel c, AWR


Samenvatting

In 2013 zijn aanslagen erfbelasting opgelegd aan erfgenamen berekend naar een tarief dat geldt voor afstammelingen in de eerste graad en de daarbij behorende vrijstelling. Twee jaar later wordt de inspecteur ermee bekend dat bij de aanslagoplegging een onjuist tarief en een onjuiste vrijstelling in aanmerking zijn genomen. De inspecteur legt vervolgens een navorderingsaanslag op. In geschil is of de inspecteur deze navorderingsaanslag wel kon opleggen. Onder verwijzing naar HR 26 maart 2010, nr. 09/02804, NTFR 2010/786 oordeelt Rechtbank Gelderland dat het aan de inspecteur is om bewijs te leveren voor zijn stelling dat er sprake is van een fout als bedoeld in art. 16, lid 2, onderdeel c, AWR. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een zogenoemde schrijf- of tikfout waarop voornoemd artikel ziet. Hierbij wordt meegenomen dat in de aangifte geen keuze is gemaakt voor een tariefgroep. Uit de aangifte volgde wel de familieverhouding tussen erflater en erfgenamen. Deze keuze van de tariefgroep is door middel van toekenning van een cijfercode door een medewerker gemaakt bij de invoer van de aangifte. Niet inzichtelijk is of deze medewerker een schrijf- of tikfout heeft gemaakt of dat er sprake is van een onjuist inzicht in de feiten en/of het recht. Dat een andere medewerker, die de gedigitaliseerde aangifte tijdens de aanslagregeling beoordeelde, geen aanleiding heeft gezien om het punt van de tariefgroep te corrigeren, zou verklaard kunnen worden door een onjuist inzicht bij die medewerker bij de feiten en/of het recht. De navorderingsaanslag dient te worden vernietigd.

(Beroep gegrond.)

Verder lezen
Terug naar overzicht