Naar de inhoud

Aansprakelijkstelling zonder vooraankondiging is niet strijdig met Europees eigendomsrecht

Samenvatting

Belanghebbende is bestuurder en enig aandeelhouder van een bv. Aan die bv is een naheffingsaanslag LB/PVV opgelegd die na een uitspraak van Rechtbank Breda onherroepelijk is geworden. Omdat betaling uitbleef, is belanghebbende als bestuurder daarvoor aansprakelijk gesteld. Hof Den Bosch (11 februari 2016, nr. 13/00892, NTFR 2016/1256) achtte die aansprakelijkstelling terecht. De hofuitspraak houdt in cassatie echter geen stand. Vast staat dat de ontvanger niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken heeft overgelegd, maar het hof heeft daaraan geen gevolgen verbonden. Volgens de Hoge Raad heeft het hof echter ten onrechte niet gereageerd op het standpunt van belanghebbende dat de niet overgelegde stukken van belang zijn voor de vraag of belanghebbende (i) een verwijt als bedoeld in art 36, lid 2, IW 1990 kan worden gemaakt en (ii) of de bv opzet of grove schuld in de zin van art. 7, lid 2, Uitv.besl. IW 1990 kan worden verweten. Verder heeft het hof niet onderkend dat art. 49, lid 7, IW 1990 niet verhindert dat de bestuurder in een aansprakelijkstellingsprocedure feiten en omstandigheden betreffende de belastingaanslag kan aanvoeren die niet eerder aan de belastingrechter zijn voorgelegd of waarover die rechter geen onherroepelijke uitspraak heeft gedaan. Verder zet de Hoge Raad uiteen dat het in de IW 1990 en AWR voorziene stelsel van rechtsbescherming erin voorziet dat een aansprakelijkstellingsbeschikking door de rechter kan worden vernietigd of verminderd indien deze ten onrechte of tot een te hoog bedrag is vastgesteld. Aan de door dit stelsel geboden mogelijkheid tot betwisting van de aansprakelijkstelling wordt, anders dan belanghebbende betoogt…