Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State volgt Hoge Raad en verbiedt verzameling ANPR-gegevens door Belastingdienst


Samenvatting

Belanghebbende gebruikt een motorvoertuig dat hem door een rechtspersoon ter beschikking wordt gesteld. Op grond van art. 35 Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) heeft belanghebbende de Belastingdienst verzocht de persoonsgegevens te verstrekken die door de Belastingdienst zijn verwerkt met betrekking tot dit motorvoertuig. Deze gegevens betreffen foto’s die door de Nationale Politie zijn gemaakt met camera’s geplaatst op doorgaande wegen die zijn voorzien van Automatic Number Plate Recognition (ANPR). Ook heeft belanghebbende de Belastingdienst verzocht, mocht van een dergelijke verwerking van gegevens sprake zijn, deze gegevens op basis van art. 36 Wbp te verwijderen omdat de wettelijke grondslag – die is vereist door art. 8 EVRM (recht op privacy) – voor de verwerking daarvan, ontbreekt.

De staatssecretaris van Financiën heeft gedeeltelijk afwijzend op deze verzoeken beslist. De ANPR-gegevens over de jaren 2010-2012 worden wel verstrekt omdat voor deze periode al navorderings-/naheffingsaanslagen zijn opgelegd. Gegevens over de periode na 2012 worden niet verstrekt met het oog op nog uit te voeren controles ten aanzien van het aangegeven privégebruik van motorvoertuigen. Het verzoek tot het verwijderen van de gegevens wordt geweigerd omdat verwerking van de gegevens plaatsvindt op basis van een wettelijke grondslag, te weten de aan de Belastingdienst geattribueerde heffingstaak en de daaraan verbonden controlebevoegdheid.

De rechtbank heeft geoordeeld dat de ANPR-gegevens geen persoonsgegevens betreffen omdat het kenteken op naam staat van een niet-natuurlijke persoon. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling stelt voorop dat niet in geschil is dat het systematisch verzamelen, vastleggen en bewerken van ANPR-gegevens een…

Verder lezen
Terug naar overzicht