Naar de inhoud

Afschrijving gebruikte kampeerauto kan niet worden bepaald aan de hand van inkoopwaarde gebruikte bestelauto

Samenvatting

Belanghebbende heeft in België een gebruikte kampeerauto gekocht, heeft deze overgebracht naar Nederland en ter zake van de registratie ervan aangifte voor de BPM gedaan. Hij is bij de berekening van de afschrijving (70,5%) uitgegaan van een bestelauto. De inspecteur heeft een naheffingsaanslag in de BPM opgelegd omdat volgens hem voor de bepaling van de afschrijving niet kan worden uitgegaan van een bestelauto. De inspecteur heeft de afschrijving (62,75%) bepaald op basis van een forfaitaire tabel. In geschil is of door het opleggen van de naheffingsaanslag sprake is van schending van het Europeesrechtelijke verdedigingsbeginsel, of de naheffingsaanslag discriminerend is in de zin van art. 110 VWEU en wat de te hanteren wijze van afschrijving is bij een gebruikte kampeerauto.

De rechtbank oordeelt, onder verwijzing naar HR 26 juni 2015, nr. 10/02777bis, NTFR 2015/1928 dat belanghebbende door het opleggen van de naheffingsaanslag zonder vooraf te worden gehoord niet is benadeeld, omdat als hij wel vooraf was gehoord, dit niet tot een ander dan het genomen besluit zou hebben geleid. Belanghebbende stelt zich voorts, in verband met art. 110 VWEU, op het standpunt dat niet kan worden nageheven nadat het belastbare feit heeft plaatsgevonden, omdat bij export belasting wordt teruggegeven en er geen discrepantie kan bestaan tussen de bij import betaalde belasting en de bij export terug te ontvangen belasting. Er is volgens de rechtbank geen strijdigheid met art. 110 VVEU. Omdat het Unierecht niet verplicht tot een teruggaaf bij export (HR 14 februari 2014, nr. 12/05759, NTFR 2014/930) is voor de vraag…