Aftrekbaarheid onderhoudskosten woning (1998.11.3685)


V koopt het 99/100ste aandeel in een pand en zijn dochter D het 1/100ste gedeelte. Het pand bestaat uit vier appartementen. V staat direct na de aankoop zijn aandeel in het pand om niet af aan D die één van de appartementen zelf gaat bewonen. De andere appartementen verhuurt zij. De inkomsten uit verhuur komen toe aan D. Zij betaalt de huurderslasten. De eigenaarslasten en de hypotheekrente komen ten laste van V. In geschil is of de huurinkomsten aan V moeten worden toegerekend en of de onderhoudskosten bij V aftrekbaar zijn.

Het gedeelte van het pand dat door D wordt bewoond, is voor haar een eigen woning in de zin van art. 42a Wet IB. Dat betekent dat V voor dit gedeelte van het pand recht heeft op aftrek van kosten voor zover hij voordelen geniet uit die woning (art. 36 lid 8 Wet IB).

Het Hof oordeelt dat in de onderhavige situatie de huurinkomsten bij D belast zijn. V geniet geen voordelen uit dat gedeelte van het pand en dus zijn de daarop betrekking hebbende kosten voor hem niet aftrekbaar. Voor het door D verhuurde gedeelte heeft V wel recht op aftrek van de gemaakte kosten. Het Hof verwijst hierbij naar een arrest van de Hoge Raad van 30 november 1994 (FBN 1995, 23).

Hof Den Bosch; 3 december 1996; V-N 1998, blz. 1079;

Verder lezen