Arrest Hoge Raad inzake verjaring / heffing overdrachtsbelasting


De Hoge Raad heeft zich in een (civielrechtelijk) arrest van 9 september 2011uitgelaten over de vraag of een koper/economisch gerechtigde tot een onroerende zaak als ‘bezitter’ in de zin van Boek 3 BW kan kwalificeren en op grond daarvan door verkrijgende verjaring volledig eigenaar van die onroerende zaak kan worden. In de tussen partijen gesloten koopovereenkomst was opgenomen dat koper het beheer en gebruik van de onroerende zaak zou verkrijgen. Koper kreeg voorts de bevoegdheid zelf aan te geven wanneer de juridische levering van de onroerende zaak zou moeten plaatsvinden. Na het sluiten van de koopovereenkomst heeft koper de onroerende zaak bebouwd, bestraat en van een omheining voorzien. De juridische levering heeft nimmer plaatsgevonden, maar na verloop van twintig jaar heeft de koper een beroep op verkrijgende verjaring gedaan.

Nu koper het verkochte volgens de Hoge Raad vooruitlopend op de levering reeds feitelijk in bezit heeft genomen en dit bezit gedurende een periode van twintig jaar heeft gecontinueerd, kon hij als ‘bezitter’ een beroep doen op verkrijgende verjaring (een houder heeft deze mogelijkheid niet). De Hoge Raad vond daarbij van belang dat de koper de onroerende zaak daadwerkelijk in bezit heeft genomen en dat dit voor de verkoper en derden duidelijk was. Nu vaststaat dat koper de juridische eigendom door verjaring had verkregen heeft dat tot gevolg dat voor de overdrachtsbelasting geen sprake is van een relevante verkrijging, zodat heffing niet aan de orde is.Hoge Raad, 9 september 2011, Eerste Kamer 10/00422, RM/EE.

Verder lezen
Terug naar overzicht