Art. - De misleide maatmens, misleiding ex art. 6:194 BW


Op 30 mei jl. heeft de Hoge Raad in een zaak over een misleidend prospectus geoordeeld dat de maatstaf bij de beoordeling van een beroep op art. 6:194 BW de vermoedelijke verwachting van de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone consument is. Dat de eisers in die zaak ervaring in de zakenwereld hadden, deed de maatstaf volgens de Hoge Raad niet veranderen, omdat niet was vastgesteld dat de kring van personen tot wie de brochure zich richtte uitsluitend bestond uit personen met deze ervaring. Dit arrest vormt een goede aanleiding om de ontwikkelingen op het gebied van de misleidende reclame ex art. 6:194 BW weer eens op een rij te zetten. Ook zullen wij kort stilstaan bij de Wet oneerlijke handelspraktijken (Wet OHP).


Open PDF

Verder lezen
Terug naar overzicht