Art. - Noodlijdende dochters en aansprakelijkheid van hun moeders


Moeders hebben een natuurlijke neiging om te zorgen voor hun kinderen. Die zorg uit zich door inspanningen en investeringen, zeker als het kind er slecht aan toe is. Dit geldt niet alleen voor natuurlijke personen maar ook voor rechtspersonen. De biologie en empathie blijft verder buiten beschouwing; ditartikel focust op onvrijwillige aansprakelijkheid van moedervennootschappen ten opzichte van crediteuren van dochtervennootschappen. De Rechtbank Zutphen oordeelde bij vonnis van 27 oktober 2004 dat Coutts Holdings PLC onrechtmatig had gehandeld jegens de crediteuren van haar gefailleerde dochtervennootschap CED B.V. Bij arrest van 30 mei 2006 heeft het Hof Arnhem dit vonnis vernietigd. In deze procedure kwam een aantal belangrijke vragen aande orde omtrent de aansprakelijkheid van moedervennootschappen in concernverhoudingen ex artikel 6:162 BW. Deze bijdrage belicht deze vragen tegen de achtergrond van de relevante Hoge Raad jurisprudentie enformuleert enkele do’s en don’ts voor moeders van noodlijdende dochters.


Open PDF

Verder lezen
Terug naar overzicht