Naar de inhoud

Art. - Opzeggen van een wezenlijk gewijzigde overeenkomst, of toch niet?

Op 7 september 2016 wees het Hof van Justitie arrest in de Finn Frogne-zaak (C-549/14), een prejudiciële procedure die uitsluitend betrekking heeft op de wezenlijke wijziging van een overheidsopdracht. Daarmee kreeg het Hof gelegenheid zich weer inhoudelijk uit te spreken over dit complexe leerstuk. Lezing van het arrest roept primair de vraag op hoe het oordeel van het Hof zich verhoudt tot de voorgaande jurisprudentie inzake de wezenlijke wijziging en welke handvatten thans geboden worden. In het verlengde daarvan is de vraag gerechtvaardigd in hoeverre dit arrest nieuwe inzichten biedt ter zake de mogelijkheid een wezenlijk gewijzigde overeenkomst in stand te laten.

Op 7 september 2016 wees het Hof van Justitie arrest in de Finn Frogne-zaak (C-549/14), een prejudiciële procedure die uitsluitend betrekking heeft op de wezenlijke wijziging van een overheidsopdracht. Daarmee kreeg het Hof gelegenheid zich weer inhoudelijk uit te spreken over dit complexe leerstuk. Lezing van het arrest roept primair de vraag op hoe het oordeel van het Hof zich verhoudt tot de voorgaande jurisprudentie inzake de wezenlijke wijziging en welke handvatten thans geboden worden. In het verlengde daarvan is de vraag gerechtvaardigd in hoeverre dit arrest nieuwe inzichten biedt ter zake de mogelijkheid een wezenlijk gewijzigde overeenkomst in stand te laten.

Om deze vragen te beantwoorden schets ik voor een goed begrip eerst het feitencomplex uit Finn Frogne. In paragraaf  2 wordt de toepassing van de Pressetext-toets becommentarieerd. Paragraaf 3 is gewijd aan het gebruik van herzieningsclausules. In paragraaf 4 wordt de aandacht gevestigd op de rol die de aankondiging van vrijwillige transparantie vooraf kan spelen. Tot slot worden enkele conclusies…