Auto van de zaak behoort niet tot de grondslag voor de 30%-regeling


Samenvatting

Belanghebbende heeft de Noorse nationaliteit en was in 2003 en 2004 gehuwd met een vrouw met de Amerikaanse nationaliteit. Tot 1 juni 2002 was hij werkzaam in de VS. Met ingang van die datum is hij uitgezonden naar Nederland en daar woonachtig en werkzaam. In verband met de tewerkstelling van belanghebbende is de 30%-regeling toegekend voor de periode 1 juni 2002 tot en met 30 mei 2012.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat belanghebbende in 2003 en 2004 moet worden aangemerkt als inwoner van Nederland en niet als inwoner van de VS. Het enkele feit dat hij tezamen met zijn Amerikaanse echtgenote in de VS aangifte kan doen (joint filing) en dan aldaar zal worden aangemerkt als US resident, maakt hem geen fiscale inwoner van de VS. Verder oordeelt de rechtbank dat op het voordeel uit de ter beschikking gestelde personenauto niet de 30%-regeling kan worden toegepast, omdat dat voordeel niet behoort tot de grondslag voor de toepassing van de 30%-regeling.

(Beroep ongegrond.)

Commentaar

Bij de beslechting door de rechtbank van het geschilpunt over de auto van de zaak en de invloed daarvan op de vrije 30%-vergoeding, heb ik mijn bedenkingen. Heel staccato oordeelt de rechtbank:

  • dat de grondslag voor de 30%-regeling het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking is (art. 9, lid 1, onderdeel a, Uitv.besl. LB 1965);

  • dat tot het loon in 2003 en 2004 niet behoorde het genot van een ter beschikking gestelde auto (art. 11a, Wet LB 1964);

  • en dat hieruit volgt dat de 30%-regeling niet kan worden toegepast op het voordeel…

Verder lezen
Terug naar overzicht