Bedrijfsmatig verstrekken van deposito’s leidt tot ondernemerschap


Samenvatting

Belanghebbende is een 100%-dochter van een bank in Bulgarije. Belanghebbende heeft gelden verkregen door het verstrekken van obligatieleningen. Deze gelden werden aan de Bulgaarse bank verstrekt in de vorm van deposito’s. Onderling werd een looptijd met de mogelijkheid tot verlenging overeengekomen en een aan belanghebbende te vergoeden rente bepaald. Belanghebbende is van mening dat zij ter zake van het verstrekken van de deposito’s als ondernemer moet worden aangemerkt. Voor het verstrekken van leningen aan dezelfde bank wordt zij wel aangemerkt als ondernemer. Naar het oordeel van het hof handelt degene die – zoals belanghebbende – regelmatig gelden verwerft door het uitgeven van obligaties en de aldus verworven gelden tegen vergoeding ter beschikking stelt aan een derde, bedrijfsmatig. Daarvoor is niet noodzakelijk dat zij daarnaast nog andere activiteiten verricht.

(Hoger beroep ongegrond.)

Commentaar

In het pré-EDM-tijdperk werd de stelling ingenomen dat deposito's niet tot ondernemerschap leiden. Zie bijvoorbeeld het artikel ‘De houdstermaatschappij: Geknipt voor de BTW' van Drs. A.H. Bomer, mr.dr. H.W.M. van Kesteren, WFR 1999/264, waarin de schrijvers concluderen dat deposito's niet tot ondernemerschap leiden. Ik dacht dat het EDM-arrest (HvJ EG 29 april 2004, zaak C-77/01, NTFR 2004/669) inmiddels duidelijk had gemaakt dat het Hof van Justitie EG het daar niet mee eens is, maar blijkens dit hoger beroep bij Hof Amsterdam is dat niet voor iedereen het geval.

Als ik de feiten in deze zaak even inkleur, dan hebben we…

Verder lezen
Terug naar overzicht