Belanghebbende kan geen beroep doen op het beleid voor wethouders en gedeputeerden


Samenvatting

Belanghebbende is in 2005 in dienst bij twee werkgevers en heeft tevens inkomsten uit overige werkzaamheden. Belanghebbende wil zijn reiskosten die hij heeft gemaakt met betrekking tot één van de twee werkgever aftrekken van zijn belastbaar inkomen en beroept zich daarbij op het beleid dat in 2005 gold voor niet voor een fictieve dienstbetrekking opterende wethouders en gedeputeerden, die tot 2006 wel beroepskosten mochten aftrekken. De inspecteur heeft dit geweigerd.

Met Rechtbank Haarlem is het hof van oordeel dat er geen sprake is van een bewust begunstigend beleid. Het in aftrek toestaan van beroepskosten bij wethouders en gedeputeerden was het gevolg van een door de Belastingdienst gevoerd beleid, dat berustte op een onjuiste rechtsopvatting. Kort nadat bleek dat het beleid onjuist was, is het ingetrokken. Daarnaast is belanghebbende geen wethouder of gedeputeerde, zodat het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt. Belanghebbende kon aan het beleid niet het vertrouwen ontlenen dat zijn beroepskosten in aftrek konden worden gebracht.

(Hoger beroep ongegrond.)

Verder lezen
Terug naar overzicht