Belastingadviseur te kwader trouw door voorziening onbelast te laten vrijvallen


Samenvatting

Belanghebbende heeft tot 2006 een onderneming gedreven bestaande uit een belastingadviesbureau en administratiekantoor. Gedurende de jaren 2001 en 2002 was belanghebbende arbeidsongeschikt en ontving hij een WAO-uitkering. In de jaarstukken over 1994 heeft belanghebbende een voorziening gevormd van f 201.000 in verband met een aansprakelijkheidsclaim van een cliënt wegens vermeend onjuiste advisering. Bij uitspraak in 2000 is belanghebbende in het gelijk gesteld. In de jaarstukken over 2001 heeft belanghebbende de voorziening laten vrijvallen, doch niet tot de winst gerekend. De inspecteur heeft het bedrag nagevorderd en een boete opgelegd.

De rechtbank stelt voorop dat de vrijval van een ten laste van de winst gevormde voorziening in beginsel leidt tot een bedrag aan belastbare winst tot het bedrag van de vrijgevallen voorziening. De rechtbank acht vervolgens aannemelijk dat belanghebbende, gezien zijn beroep, moet hebben geweten wat de fiscale gevolgen waren van de vrijval van de voorziening en dat hij wist dat het bedrag van de vrijgevallen voorziening tot de belastbare winst behoorde. Belanghebbende is te kwader trouw zodat de inspecteur kon navorderen en terecht een vergrijpboete heeft opgelegd. In verband met de financiële omstandigheden van belanghebbende en undue delay wordt de boete gematigd.

(Beroep gegrond.)

Verder lezen
Terug naar overzicht