Beleggingsfondsstructuren in de overdrachtsbelasting


Op 29 september 2010 vond het jaarcongres van Vastgoed Fiscaal & Civiel plaats. Het congres stond in het teken van de fiscale en civielrechtelijke aspecten van vastgoedbeleggingen. Yves Gassler heeft aandacht besteed aan de overdrachtsbelasting aspecten van beleggingsfondsstructuren. Aan de orde kwamen bijvoorbeeld selectie van optimale rechtsvormen, fondsvorming en de inbreng van vastgoed, overdracht van participaties in het fonds en beëindiging van het fonds en de vervreemding van vastgoed. Deze bijdrage is de artikelsgewijze weerslag van de door Gassler verzorgde presentatie.

1 Structuur van de wet

Onder de naam ‘overdrachtsbelasting’ wordt sinds 1 januari 1972 een belasting geheven ter zake van de verkrijging van in Nederland gelegen onroerende zaken of rechten waaraan deze zijn onderworpen. Daarvóór was sprake van registratierecht bij de overdracht van onroerende zaken. Zowel over de verkrijging van het juridische eigendom van onroerende zaken als over de verkrijging van het economisch eigendom is overdrachtsbelasting verschuldigd. Er wordt 6% belasting geheven over de waarde in het economische verkeer of de hogere tegenprestatie.

Van de verkrijging van de economische eigendom is sprake in geval van (1) een verkrijging van (2) een samenstel van rechten en verplichtingen met betrekking tot onroerende zaken of rechten waaraan deze zijn onderworpen, (3) dat een belang bij die zaken of rechten vertegenwoordigt. (4) Dit belang omvat ten minste enig risico van waardeverandering en komt toe aan een ander dan de eigenaar of beperkt gerechtigde.

De overdrachtsbelasting is ook verschuldigd als het gaat om in Nederland gelegen fictieve onroerende zaken. Daarvan is sprake indien een investeerder aandelen verkrijgt in een vennootschap, waarbij die aandelen, kort gezegd, ten minste een derde belang bij het…

Verder lezen
Terug naar overzicht