Beleidsregel wekt vertrouwen dat gemeente handelt als overheid bij heffing parkeerbelasting


Samenvatting

Belanghebbende, een gemeente, is een publiekrechtelijk lichaam. Zij geeft op haar grondgebied gelegenheid tot parkeren tegen betaling, zowel op straat en niet-afgesloten terreinen, als op terreinen en garages die met slagbomen zijn afgesloten. Ter zake hiervan heft belanghebbende parkeerbelasting. Belanghebbende heeft ter zake van het gelegenheid geven tot parkeren geen omzetbelasting op aangifte voldaan. Evenmin heeft zij de hieraan toe te rekenen voorbelasting in aftrek gebracht. De inspecteur heeft een naheffingsaanslag opgelegd.

Het hof is er – veronderstellenderwijs – van uitgegaan dat belanghebbende ter zake van het gelegenheid geven tot parkeren optreedt in het specifiek voor haar geldende juridische regime en daarom niet als ondernemer optreedt.

A-G Van Hilten meent dat het hof hiermee is uitgegaan van een juiste rechtsopvatting.

Vervolgens heeft A-G Van Hilten onderzocht of belanghebbende op grond van art. 4, lid 5, tweede alinea, Zesde Richtlijn toch als belastingplichtige moet worden aangemerkt, omdat sprake is van concurrentieverstoring van enige betekenis. Zij beantwoordt deze vraag bevestigend. Op basis van richtlijnconforme uitlegging is zij ook ondernemer voor de Wet OB 1968.

Toch meent de advocaat-generaal dat het cassatieberoep slaagt. Belanghebbende kan namelijk met vrucht een beroep doen op gewekt vertrouwen, ontleend aan het besluit van 19 februari 2004, nr. CPP2003/1967M (NTFR 2004/519), (hierna: het besluit). Op basis van jurisprudentie en wetsgeschiedenis met betrekking tot art. 225 Gem.w. is A-G Van Hilten van mening, dat belanghebbende parkeerbelasting mocht heffen ter zake van het slagboomparkeren. Dit in aanmerking nemende en overwegende dat in het besluit uitdrukkelijk is…

Verder lezen
Terug naar overzicht