Beroep op schending testamentvorm onaanvaardbaar


V (de moeder van zoon Z en dochter D) is overleden. Tot haar nalatenschap behoort onder meer een woning in Nederland. Z en D twisten onder meer over de vraag of Z een aanspraak heeft op dit huis. D stelt van niet. Zij wijst daarbij op een overeenkomst van 8 juni 2004 tussen Z en V, en op een codicil van 1 juli 2004 waarin V het volgende heeft geschreven: ‘Mein Testament für [D]. Mein letzter Wille! Nach meinem Tode soll meine Tochter […

Verder lezen
Terug naar overzicht