Beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar kan ook gericht zijn op verkrijgen inhoudelijk oordeel rechter


Samenvatting

Belanghebbende heeft in oktober 2003 bezwaar gemaakt tegen een aanslag IB 2001. Op 28 maart 2007 deelt de inspecteur mede dat hij wacht met het doen van een uitspraak tot er uitspraak is gedaan in een procedure van haar echtgenoot. Belanghebbende heeft hiertegen op 10 april 2007 beroep ingesteld. Zij wijst erop dat de termijn voor de afwikkeling van het bezwaar reeds lang is verstreken. De rechtbank vraagt aan belanghebbende of zij met het beroep beoogt te bewerkstelligen dat de inspecteur wordt opgedragen uitspraak op bezwaar te doen. Belanghebbende antwoordt dat zij dat niet beoogt. Het beroep richt zich tegen de mededeling dat wordt gewacht op de procedure van haar echtgenoot. In haar antwoord verzoekt belanghebbende aan de rechtbank om de aanslag te vernietigen. De rechtbank verklaart zich onbevoegd, omdat de mededeling van de inspecteur om het bezwaar aan te houden geen besluit behelst ex art .26 AWR. De Hoge Raad casseert de uitspraak. De rechtbank heeft miskend dat een beroep tegen het niet tijdig beslissen ook gericht kan zijn op het verkrijgen van een oordeel van de rechter over het besluit waartegen het bezwaar is gericht (HR 1 maart 2002, nr. 36.908, NTFR 2002/352). Het verzoek van belanghebbende om de aanslag te vernietigen, moet zo worden opgevat.

De rechtbank heeft zich ten onrechte onbevoegd verklaard.

Feiten

3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

3.1.1. De erflaatster heeft in oktober 2003 een bezwaarschrift ingediend tegen de aan haar opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2001 (hierna: de aanslag). Op 28 maart 2007 heeft…

Verder lezen
Terug naar overzicht