Beschikking ex art. 15 AWR kan ook aan een niet-belastingplichtige worden opgelegd


Samenvatting

Belanghebbende en haar echtgenoot wonen in België. Belanghebbende heeft in 2002 geen inkomen genoten. Haar echtgenoot ontving een (Nederlandse) AOW-uitkering. Belanghebbende heeft op verzoek een voorlopige teruggaaf 2002 van € 1.648 (de algemene heffingskorting) ontvangen. Dit ten onrechte, omdat belanghebbende noch haar echtgenoot IB/PVV verschuldigd was. Daarom is een definitieve aanslag IB 2002 aan belanghebbende opgelegd naar een inkomen van nihil, onder verrekening van de voorlopige teruggaaf van € 1.648. Hof Den Bosch (NTFR 2009/514) oordeelde dat de onderhavige aanslag niet aan belanghebbende kan worden opgelegd omdat zij niet (binnenlands of buitenlands) belastingplichtig is in Nederland.

De Hoge Raad casseert de hofuitspraak. Op grond van art. 15 AWR kunnen voorlopige aanslagen, waaronder ook voorlopige teruggaven, worden verrekend met de aanslag, dan wel – voor zoveel nodig – bij een door de inspecteur te nemen beschikking. Deze beschikking kan ook worden genomen ten aanzien van een niet-belastingplichtige, aan wie daarom geen definitieve aanslag kan worden opgelegd. De inspecteur mocht de voorlopige teruggaaf derhalve verrekenen bij een beschikking als bedoeld in art. 15 AWR. In dit geval heeft hij er ten onrechte voor gekozen die verrekening te bewerkstelligen door het opleggen van een aanslag. Aan deze aanslag komt echter op basis van conversie de werking toe van een beschikking ex art. 15 AWR, en zij kan als een zodanige beschikking in stand blijven.

Feiten

3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

3.1.1. Belanghebbende en haar echtgenoot wonen in België. Belanghebbende heeft…

Verder lezen
Terug naar overzicht