Besluit, ABRvS 4 februari 2015, zaaknummer 201401144/1/A3


De Afdeling ziet zich in deze zaak onder meer voor de vraag gesteld of de bij ongedateerde brief namens de korpschef aan appellant sub 2 gedane mededeling dat hij niet aan zijn verzoek om met toepassing van de Wet politiegegevens (Wpg) gegevens te verstrekken mag voldoen, ingevolge art. 29, lid 1 Wpg kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van de Awb waartegen beroep openstaat. De Afdeling beantwoordt deze vraag bevestigend. Zij overweegt in dit kader dat vorenbedoelde mededeling een beoordeling van de door appellant sub 2 veronderstelde reikwijdte van de bevoegdheid op grond van de Wpg behelst. Deze mededeling is een reactie op een kennelijk op art. 25 Wpg gebaseerd verzoek en derhalve een besluit als bedoeld in art. 29, lid 1 Wpg, tenzij evident geen beroep op deze bepaling en de daarin neergelegde bevoegdheid kon worden gedaan (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 30 maart 2011, zaaknummer 201007835/1/H3). Die laatste uitzondering doet zich hier volgens de Afdeling niet voor, nu het verzoek van appellant sub 2 betrekking had op een hem betreffende mutatie. Gelet hierop is de mededeling namens de korpschef in de ongedateerde brief een besluit als bedoeld in art. 29, lid 1 Wpg. De rechtbank heeft derhalve naar het oordeel van de Afdeling terecht de ongedateerde brief aangemerkt als een besluit waartegen beroep openstaat.

Bron: ABRvS 4 februari 2015, zaaknummer 201401144/1/A3

 

Verder lezen
Terug naar overzicht