Besluit luchtverkeer 2014


Besluit van 5 december 2014 tot vaststelling van nieuwe regels inzake het luchtverkeer ter uitvoering van verordening (EU) nr. 923/2012 tot vaststelling van gemeenschappelijke luchtverkeersregels (Besluit luchtverkeer 2014). Datum inwerkingtreding: 12 december 2014.

Het doel van het Besluit luchtverkeer 2014 is voor al het luchtverkeer in Nederland de nationale luchtverkeersregels vast te stellen. Dat betekent dat het besluit op burgerluchtverkeer en militair luchtverkeer van toepassing is.

Met het Besluit luchtverkeer 2014 wordt uitvoering gegeven aan uitvoeringsverordening (EU) nr. 923/2012 (de SERA-verordening). De SERA-verordening bevat de implementatie binnen de Europese Unie van onderdelen van twee annexen bij het Verdrag van Chicago inzake de burgerluchtvaart van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO).

De bepalingen van de SERA-verordening werken direct door in de Nederlandse rechtsorde, waardoor de luchtvaartregelgeving, en met name het Luchtverkeersreglement en de daarop gebaseerde regelingen moeten worden opgeschoond en dubbelingen en strijdigheden moeten worden verwijderd. Aangezien de wijzigingen in het Luchtverkeersreglement zeer omvangrijk zijn, is ervoor gekozen een nieuw Besluit luchtverkeer 2014 vast te stellen en het Luchtverkeersreglement in te trekken.

Aangezien Nederland de bepalingen van ICAO heeft geïmplementeerd in de Nederlandse luchtvaartregelgeving, zijn de inhoudelijke gevolgen van de SERA-verordening op de Nederlandse luchtvaartregelgeving beperkt. Op enkele punten zijn er wel aanmerkelijke verschillen.

Ten eerste ontbreekt in de SERA-verordening de mogelijkheid om ter bescherming van het luchtverkeer of ter bescherming van bepaalde activiteiten een bijzonder luchtverkeersgebied (BVG) in te stellen. De SERA-verordening biedt wel de mogelijkheid om gebieden met beperkingen (restricted areas) in te stellen waarbinnen het verkeer overeenkomstig bepaalde voorwaarden wordt beperkt.

Ten tweede gaat het om de eisen omtrent luchtruimklasse A. Op basis van paragraaf SERA.6001 is in deze luchtruimklasse enkel verkeer dat vliegt op basis van instrumentvliegvoorschriften (IFR) toegestaan. Op dit moment wordt nog onderzocht hoe het recreatieve luchtvaart en vormen van luchtwerk, waarvoor de SERA-verordening geen vrijstellings- of ontheffingsmogelijkheid kent, de bestaande VFR activiteiten ook in de toekomst kunnen worden geaccommodeerd.

Ten slotte is de SERA-verordening van toepassing op al het algemene luchtverkeer, terwijl het Luchtverkeersreglement nadrukkelijk een aantal luchtvaartuigen uitzonderde van vrijwel alle luchtverkeersregels. Het ging hierbij om de kabelvlieger, kleine kabelballon, licht onbemand luchtvaartuig, modelluchtvaartuig, onbemande vrije ballon, valscherm en het valschermzweeftoestel. Deze luchtvaartuigen vallen nu volledig onder de SERA-verordening. Daar waar het voor de andere luchtvaartuigen naar hun aard onmogelijk is om aan de bepalingen van de SERA-verordening te voldoen, zal Nederland een beroep op de flexibiliteitsbepaling van artikel 14 van de basisverordening doen.
STB 2014, 492

 

Verder lezen
Terug naar overzicht