Besluit tijdstip inwerkingtreding Wet natuurbescherming Besluit natuurbescherming in Staatsblad


Op 28 oktober 2016 is het Besluit van 11 oktober 2016 houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming en het Besluit natuurbescherming in het Staatsblad gepubliceerd.

De Wet Natuurbescherming (STB 2016, 34) en de daarop gebaseerde uitvoeringsregeling – het Besluit natuurbescherming (STB 2016, 383) en de Regeling natuurbescherming Staatscourant 2016, nr. 55791 – treden op 1 januari 2017 in werking. Aangezien de uitvoeringsregelgeving op grond van de Wet natuurbescherming pas in de loop van oktober 2016 is gepubliceerd, is strikt genomen sprake van een afwijking van de invoeringstermijn van 3 maanden, die over het algemeen geldt voor wetgeving die gevolgen heeft voor andere overheden.

Voor inwerkingtreding op 1 januari 2017 is gekozen in goed overleg met de provincies en de gemeenten. De tekst van de wet zèlf, waarin het overgrote deel van de materiële normen, procedures en bevoegdheden is uitgewerkt, is op 19 januari 2016 bekend gemaakt in het Staatsblad. Inwerkingtreding van de wet en de uitvoeringsregelgeving op 1 januari 2017 is van belang, zodat de voordelen van de vereenvoudiging en de decentralisatie zo snel mogelijk hun beslag kunnen krijgen. Daar komt bij dat de verschillende overheden kosten hebben gemaakt voor het aanpassen van hun regelgeving en het inregelen van de wijzigingen ten opzichte van de geldende natuurwetgeving in hun uitvoeringspraktijk, uitgaande van inwerkingtreding van de nieuwe natuurwetgeving op 1 januari 2017. Zij zouden in verband met noodzakelijke nieuwe aanpassingen met forse extra kosten worden geconfronteerd als de inwerkingtredingsdatum zou verschuiven.

Gelet op het voorgaande is ervoor gekozen om een aantal onderdelen van de Wet Natuurbescherming nog niet per 1 januari 2017 nog niet in werking te laten treden. Dit betreft onder meer de bepalingen die voorzien in een verplichte «aanhaking» van de natuurtoets bij de omgevingsvergunning. Door het niet in werking laten treden van deze bepalingen (artikelen 2.7, vijfde lid, 3.3, achtste lid, 3.8, achtste lid, 7.3, 9.4, derde, vierde, vijfde en elfde lid, 9.6, tweede, derde, vierde en zesde lid, en 10.8) blijft de mogelijkheid voor bedrijven en burgers bestaan om voor de natuuraspecten een separate vergunning of ontheffing aan te vragen, net als dat nu mogelijk is op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 (Nbw 1998) en de Flora-  en faunawet (Ffw) straks mogelijk zal zijn op grond van de Omgevingswet (STB 2016, 156). Zo wordt voorzien in continuïteit tussen de elkaar opvolgende regimes en wordt tegemoet gekomen aan de Vereniging Nederlandse Gemeenten die een aanzienlijke toename van de lasten voor gemeenten vreesde ingeval een verplichting tot aanhaking zou komen te gelden.

STB 2016, 384

Verder lezen
Terug naar overzicht