Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting wordt gewijzigd


De Minister van Wonen heeft op 25 januari 2016 de Kamers een voorstel gestuurd tot wijziging van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (Btiv) over het toezicht op het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW), leefbaarheidsuitgaven als het passend toewijzen. Zie: TK 2015-2016, 32847-213. Afgesproken procedure is dat de Kamers op grond van de voorhangprocedure ex artikel 61s van de Woningwet een maand de gelegenheid krijgen te reageren op de voorstellen c.q. een debat met de minister aan te vragen. Daarna volgt adviesprocedure bij de Raad van State.

Leefbaarheidskosten

In de Woningwet 2015 (Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting) is een maximumbedrag per woning vastgesteld voor de uitgaven aan leefbaarheid (Handelingen II 2014/15, nr. 36, item 7). Later is besloten (Handelingen II 2015/16, nr. 39, 60 de definitie daarvan aan te passen aan de definities zoals gehanteerd in de opgave van de Volkshuisvestelijke prestaties woningcorporaties en de verantwoordingsinformatie (dVi) van CorpoData. Om recht te doen aan de lokale invullingsmogelijkheden stelt de minister voor meer ruimte te geven aan lokaal maatwerk. In het ontwerpbesluit is bepaald dat het bedrag per DAEB-woning inclusief personeelslasten van kracht blijft, maar dat een hoger bedrag is toegestaan indien dit bedrag expliciet is opgenomen in de prestatieafspraken tussen toegelaten instelling, gemeente en huurdersorganisatie.

Passend toewijzen

Bij regels voor het passend toewijzen van een woning is de bepalend wat het inkomen van het huishouden is. Dat kan vastgesteld worden aan de hand van een goedgekeurde belastingaangifte, maar daarna kunnen allerlei wijzigingen in het inkomen plaatsvinden. Zowel een daling als een stijging. Nu is het al mogelijk bij een negatieve inkomensontwikkeling bij een toewijzing met een daling onder de voor dat huishouden geldende huurtoeslaginkomensgrens daar rekening mee te houden. De minister maakt het bij deze wijziging nu ook mogelijk te preluderen op een inkomensstijging: toewijzing van een woning boven de aftoppingsgrens mag dan, zonder dat de 5% marge binnen de passendheidsnorm wordt aangesproken. De huurder moet zelf het initiatief tot een dergelijke actie ondernemen. De regeling gaat na afkondiging met terugwerkende krijgt in per 1 januari 2016.

Waarborgfonds sociale woningbouw

In november 2015 deed de minister voor Wonen een voorstel om tot regulering van de relatie van de Autoriteit woningcorporaties en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Zie: kamerbrief-over-wsw. Doelstelling was een vergroting van de bevoegdheden van het rijk en de gemeenten bij belangrijke besluiten van het WSW te vergroten, hun positie in de governance van het WSW te versterken en het WSW onder publiekrechtelijk toezicht van de minister te brengen. In het conceptvoorstel tot wijziging van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 in verband met het regelen van het toezicht op de borgingsvoorziening (667686.pdf ) doet hij daartoe een voorstel gestoeld op de discussie afgelopen najaar. Het gaat daarbij niet om individuele borgingsbeslissingen van het WSW, maar om de generieke beleidsregels. In het geval die door het WSW voorgestelde generieke beleidsregels niet de goedkeuring van de minister krijgen, wil deze kunnen ingrijpen. Het gaat daarbij om de in de AMvB opgenomen onderwerpen, die zijn gericht op een risicobeheersing in het licht van de borgingsmogelijkheden. Ook zal het WSW gecontroleerd worden op een goede en adequate bedrijfsvoering. Daaronder wordt verstaan dat de inrichting en kwaliteit van uitvoerende processen, de inrichting en kwaliteit van de administratieve en interne organisatie en de inrichting en kwaliteit van de informatievoorziening en de communicatie in orde zijn. Verder vallen de commissarissen onder de fit&proper regeling die al geldt voor commissarissen van de woningcorporaties zelf. Om de actieve informatieplicht publiekrechtelijk vast te leggen wordt een tweede lid aan artikel 18 Btiv toegevoegd.
Uitvoerder van deze regelingen wordt de Autoriteit woningcorporaties (Aw). Daarbij gaat de minister uit van ‘verticaal toezicht’: de Aw is leidend en stelt de voorwaarden, het WSW volgt de werkwijze van de Aw. Redenering daarbij is, dat als de eisen van Aw en WSW gelijk zijn, dit de corporaties veel administratieve lasten scheelt in het aanleveren van gegevens over de te hanteren financiële normen.

(Bron: Brief aan Tweede Kamer, 22 januari 2016 over Btiv)

Verder lezen
Terug naar overzicht