Bij vrijwilligersvergoeding moet uit worden gegaan van brutobedrag


Samenvatting

Belanghebbende heeft als secretaris werkzaamheden verricht voor het verantwoordingsorgaan van een stichting. Per vergadering kreeg hij € 520. Omdat hij vier vergaderingen heeft bijgewoond, heeft hij € 2.080 ontvangen, waarop € 1.082 aan loonheffingen is ingehouden. In zijn aangifte heeft belanghebbende dit bedrag aangegeven na aftrek van € 1.500 aan vrijgestelde vrijwilligersvergoeding. De inspecteur heeft dit laatste bedrag wel in de heffing betrokken.

De rechtbank oordeelt eerstens dat sprake is van een bron van inkomen: Niet kan worden gezegd dat de werkzaamheden niet in verhouding staan tot de verrichte werkzaamheden. Vervolgens oordeelt de rechtbank dat de maximumvergoeding een bruto- en geen nettovergoeding is. Nu zijn bruto ontvangen bedrag meer dan € 1.500 bedraagt, is de vrijwilligersvergoeding niet van toepassing. Voor gebruik van een partiële toepassing van de vrijwilligersvergoeding, biedt de wet geen ruimte.

(Beroep ongegrond.)

Commentaar

Belanghebbende ontving als lid van een verantwoordingsorgaan van een pensioenfonds voor vier vergaderingen in 2013 telkens € 520. Het pensioenfonds hield terecht loonheffing in omdat de vergoeding aan deze vrijwilliger in 2013 van € 2.080 meer bedroeg dan € 150 per maand of meer dan € 1.500 per jaar (zie art. 2, lid 6, Wet LB 1964). Een lid van een verantwoordingsorgaan is niet in loondienst (geen gezagsverhouding), wat het pensioenfonds ook schriftelijk heeft bevestigd . Wel is sprake van een zakelijke vergoeding voor een werkzaamheid, die in beginsel is onderworpen aan loon- en inkomstenbelasting als belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden. Belanghebbende argumenteerde dat hij netto, na aftrek van de ingehouden loonheffing van € 1.082…

Verder lezen
Terug naar overzicht