Bijzondere gewone aandelen (2004.20.2108)


Bespreking van het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2004, CO2/210HR waarin de Raad bepaalde dat de in art. 2:201a lid 4 BW limitatief opgesomde drie afwijzingsgronden voor een vordering tot uitkoop van aandelen beperkt moeten worden uitgelegd. Het gaat om de vraag in welke situatie een gedaagde ‘houder is van aandelen, waaraan de statuten een bijzonder recht inzake de zeggenschap verbinden’. In het arrest van 2 mei 2002 verwerpt de Ondernemingskamer de stelling dat onder dergelijke aandelen slechts prioriteitsaandelen kunnen worden verstaan…

Verder lezen