Boete: invloed omkering bewijslast op straftoemeting


Samenvatting

Belanghebbende exploiteert een restaurant. De administratie met betrekking tot het restaurant is door de inspecteur verworpen, hetgeen heeft geleid tot omkering van de bewijslast. Er is nagevorderd en vergrijpboetes zijn opgelegd.

A-G IJzerman beziet in deze conclusie eerst de reikwijdte van de administratieplicht. In een bedrijf met veel contante transacties behoort naar zijn opvatting een kasboek tot de administratie. Er is sprake van een gebrek in de administratie indien een onderneming over, zoals hier, twee verschillende kasboeken beschikt. Het hof heeft derhalve op goede gronden kunnen oordelen dat de inspecteur de administratie van belanghebbende terecht heeft verworpen.

Overigens meent de advocaat-generaal dat voor een adequaat te achten administratie van een restaurant ook moet worden verlangd dat kopieën van de aan klanten uitgereikte rekeningen van die administratie deel uitmaken.

In de tweede plaats beziet de advocaat-generaal hoe moet worden omgegaan met de kwestie van 'de bestuurlijke boete en de omkering van de bewijslast' na HR 18 januari 2008, nr. 41.832, NTFR 2008/157. Hoe de in dat arrest in vrij algemene termen gestelde opdracht zal moeten worden uitgewerkt in diverse casusposities lijkt thans nog niet te overzien. Dat zal beoordeling en uitwerking vergen aan de hand van nader in de rechtspraak opkomende gevallen.

Het komt A-G IJzerman echter voor dat er reeds thans een bepaalde benadering aanwijsbaar is die in principe, mits uitvoerbaar, is te zien als een juiste uitwerking, naast eventuele andere, van de voormelde door de Hoge Raad gegeven opdracht. Die uitwerking houdt in dat ter bepaling van de hoogte van de boete wordt uitgegaan van de materiële…

Verder lezen
Terug naar overzicht