Borgtocht niet aangegaan in de normale uitoefening van beroep op bedrijf


A heeft in opdracht van O werkzaamheden verricht. O heeft de facturen betreffende die werkzaamheden voor € 41.414,37 onbetaald gelaten. G heeft zich bij akte van 22 februari 2012 borg gesteld voor het op dat moment door O aan A verschuldigde bedrag van € 51.831,05. Op 26 maart 2012 heeft de echtgenote van G, een brief verstuurd aan A waarin zij stelt de overeenkomst van borgtocht te vernietigen ex art. 1:89 lid 1 BW. Op 28 maart 2012 is…

Verder lezen
Terug naar overzicht