Bouwterreinen en bijbehorende terreinen; the best of both worls?


Rechtbank Haarlem1 heeft onlangs een interessante uitspraak gedaan over de heffing van btw en overdrachtsbelasting bij overdracht van een deels onbebouwd terrein. De rechtbank stelde vast dat een splitsing van het terrein in een bebouwd en een onbebouwd deel niet aan de orde was en dat voor het hele terrein hetzelfde fiscale regime gold. Voor de praktijk is deze uitspraak niet zonder belang omdat een fiscale splitsing veelal voetstoots wordt aangenomen. In dit artikel enige beschouwingen over de berechte casus en aandacht voor aanverwante problematiek.

mr. R.A. Wolf

De berechte casus

Voor de rechtbank ging het om de herontwikkeling van een oude patatfabriek. Het betreffende bedrijfcomplex bestond uit een fabriekshal en een aantal technische installaties zoals een slibopslag, reactor, nabezinkkuil en een laadkuil. Deze installaties zouden worden gesloopt en op de vrijkomende grond zouden zestien bedrijfsunits worden gebouwd. De fabriekshal zou omgebouwd worden tot nog eens tien nieuwe bedrijfunits. Alle nieuwe units zouden fysiek met elkaar verbonden worden tot één complex.

Halverwege de ontwikkeling van het project werd het terrein aan een nieuwe eigenaar geleverd. De installaties waren toen al gesloopt, zodat dit gedeelte van het terrein onbebouwd was. Op het resterende deel van het terrein stond nog de oude bedrijfshal. De bouwvergunning voor het nieuwe complex was al verleend. Het gehele terrein werd in één akte geleverd als ‘bedrijfspand met ondergrond, erf en verdere aanhorigheden’. Wel werd in de akte het onbebouwde gedeelte aangemerkt als bouwterrein en werd voor dit deel een beroep gedaan op de vrijstelling van overdrachtsbelasting. Voor de bedrijfshal met ondergrond werd overdrachtsbelasting betaald.

De inspecteur ging niet akkoord met deze wijze van afwikkeling. …

Verder lezen
Terug naar overzicht