BRK dwingt niet tot afzonderlijke hypotheekrente-aftrek voor box 3-panden


Samenvatting

Belanghebbende is woonachtig in Aruba. Zijn werkzaamheden verricht hij voornamelijk in Aruba. Bij de aangifte over het jaar 2001 heeft belanghebbende niet gekozen voor behandeling als binnenlands belastingplichtige. Belanghebbende heeft zijn hoofdverblijf in Aruba en bezit daarnaast de eigendom van een appartementrecht in Nederland. Het appartement heeft belanghebbende in zijn aangifte voor het jaar 2001 aangemerkt als een eigen woning. In die aangifte heeft hij op de opbrengsten uit overige werkzaamheden in Nederland het saldo van de inkomsten en aftrekposten inzake het appartement in mindering gebracht. In geschil is of belanghebbende recht heeft op aftrek van de door hem betaalde hypotheekrente voor zijn in Nederland gelegen tweede woning.

Het hof beslist dat uit HR 21 november 2008, nr. 43.623, NTFR 2008/2355, in zijn algemeenheid volgt dat art. 23 BRK meebrengt dat een schuld als de onderwerpelijke, onderscheidenlijk de rente daarop, in Nederland als negatief bestanddeel van het inkomen onderscheidenlijk het vermogen in aanmerking wordt genomen. Dit is hier het geval nu bij de berekening van de gemiddelde rendementsgrondslag van box 3, de hypothecair verzekerde schuld van belanghebbende in aanmerking is genomen en in het forfaitaire rendement de betaalde rente van die schuld moet worden geacht te zijn verdisconteerd. Het is daarbij niet van belang of, nadat de schuld en de rente als negatieve bestanddelen in aanmerking zijn genomen, per saldo een positief dan wel een negatief inkomen uit werk en woning of uit sparen en beleggen resteert. Er doet zich geen strijd voor met art. 23 en 24 BRK. De omstandigheid dat de inspecteur per abuis de aangifte slechts heeft gecorrigeerd op het onderdeel van de aftrek van…

Verder lezen
Terug naar overzicht